Happy Together

4 03 2008

happytogether_review2.jpg 

Het stopt maar niet met de Belgische kwaliteit. Na het fantastische Aanrijding In Moscou, is er nu Happy Together. De Engelstalige titel verraadt echter dat dit niet het soort film is die ruikt naar de Vlaamse akkers, maar eerder een internationaal karakter bezit.
Centraal staat Martin, een rijke, vlotte zakenman, die bij sympathieke kijkers meteen ietwat verdacht zal overkomen. Zijn oppervlakkigheid verraadt diepgewortelde knobbels en onbewuste ongenoegens. Martin komt uit een eenvoudig milieu, maar heeft zich ‘naar boven’ kunnen opwerken. Zijn huwelijk met de bourgeois Eline hangt samen met een soort prestatiedrang, een krampachtig hooghouden van aanzien en materiële status. Martin heeft zijn kaartenhuisje opgebouwd, maar wanneer een kaartje begint te wankelen, staat de hele constructie op instorten.
Het verval begint met wat een eenvoudige aankoop lijkt. Martin wil voor zijn vrouw een huisje in Toscane kopen, maar moet geld lenen voor het voorschot. Wanneer het contract getekend is, blijkt die lening echter gebaseerd op lucht. En daarmee start de instorting van het volledige kaartenhuisje.

De film doet daarom wat denken aan het geniale Match Point van Woody Allen, waarin een man zich stap voor stap vernestelt in de gevolgen van zijn eigen morele wandaden. Wat begint met een kleine leugen of een toegeving in een onopvallende chantage, kan escaleren tot een verdorven situatie waar geen mogelijkheid op eerlijkheid meer lijkt te bestaan. Regisseur Geoffrey Enthoven toont de evolutie van Martins morele verval stap voor stap, maar laat nooit te diep kijken in diens ziel. En dan doet Happy Together plots ook denken aan Michael Hanekes oeuvre, waarin vanop afstand getoond wordt dat de hypocrisie van de bourgeoisie zich altijd wreekt.
Het is vooral Ben Van Ostade die van Happy Together een sterke film weet te maken. De Heterdaad-ster van weleer verrast met zijn subtiele vertolking van Martin. Hoewel de serie toevallige gebeurtenissen elkaar nogal snel lijken op te volgen, weet Van Ostade ze toch niet geforceerd te laten overkomen. Met elke nieuwe stap, met elke morele keuze, valt telkens een zweetdruppeltje meer op te merken op zijn gegroefde voorhoofd. En de kijker, die mag gerust meezweten. Maar of een handdoek wordt aangereikt op het einde van de film, mag je zelf ontdekken.



Aanrijding in Moscou

6 02 2008

dyn005_original_1500_1000_pjpeg_2607002_92dcd416c99c4552f2c07623a1cc7ab3.jpg 

Het gaat goed met de Vlaamse film, zegt men. Zoals men het betaamt, heeft men zelden ongelijk. We kregen in 2007 internationale aandacht (Ben X), kassuccessen (Vermist) en een ongewoon goede film (Dagen Zonder Lief). We kregen een vinger, maar dit jaar grijpen we een arm. De hongerige Vlaming wordt in 2008 maar liefst vijftien nieuwe films van eigen bodem beloofd. Na Small Gods is er nu Aanrijding in Moscou. En kijk, het is opnieuw een fantastisch exemplaar.
Het mooie aan een nationale cinema is de mogelijkheid om een eigen cultuur op te bouwen en uit te stralen. Het is een schijnbare evidentie, die soms verloren dreigt te gaan onder films die meer weg hebben van Hollywood dan van wat anders, films als De Zaak Alzheimer en Vermist, waarbij de liefde voor de Amerikaanse genrefilm die voor het Vlaamse land verdringt. Maar dan komt ook een film als Aanrijding in Moscou, die bewijst dat Vlaanderen nog niet verdrongen is.

Alles begint met Barbara Sarafian. Het vermoeide, afgeleefde, triestige gezicht van de fantastische Barbara Sarafian, terwijl ze inkopen doet in de Colruyt (waar anders). Om haar zware leven nog eventjes erger te maken, rijdt ze op de parking tegen de vrachtwagen van camioneur Johnny (wie anders) aan. De blikschade is de katalysator van een bizarre romance. Een romance die je enkel op plaatsen vindt waar men bloedworst eet en pinten drinkt. Ja, dit is Vlaanderen. En specifieker, dit is Gent. De Gentse wijk Ledeberg is namelijk het decor voor de relatie die nooit perfect is, nooit allesoverheersend of los van praktische zaken, maar die een gloed van ware schoonheid voortbrengt.

Maar schoonheid brengt schoonheidsfoutjes met zich mee: de iets te lange duur, de voorspelbaarheid van sommige plotwendingen en de muziek met een ongepast hoog Amélie Poulain-gehalte vallen op. Maar met Aanrijding in Moscou is het zoals met de liefde: we vergeven de foutjes even snel als we ze opmerkten. Geen wonder dat Gent een hoofdrol speelt: net als de film is het kleiner en gevoeliger dan het zware geschut, maar onweerstaanbaar mooi.

-> zie www.kutsite.com



De laatste zomer

4 07 2007

 

laatste-zomer-1bmp.jpg

 

Puisten, lauwe pintjes, meisjes (altijd te ver), zatte vrienden die niet opgeven, smoren in het gras, landelijke fuiven en algemene foutheid. En nu de film.

De laatste zomer, gebaseerd op zijn eigen kortfilm, is Joost Wijnants langspeeldebuut. Gemaakt met een cast en crew van twintigers, is het een geëngageerd project geworden over de broeierige leeftijd van 17 in het jaar 1996 – het jaar van Dutroux, van heavy metal, van toen er nog geen vodka-redbull was.

De vergelijking met die andere Belgische film Dagen zonder lief dringt zich op zonder het te willen. Dezelfde rode draad loopt immers door beiden: verouderen betekent veranderen. Dagen zonder lief behandelde de overgangspijnen van laat-twintigers, De laatste zomer de puberale scheuten die er tien jaar aan vooraf gingen. Helaas mist De laatste zomer de ziel om het ware melancholische gevoel van de jaren waarin alles slecht, zwart, nieuw of fout was, weer te geven. Er wordt een atmosfeer gecreëerd die het midden houdt tussen The Virgin Suicides en American Pie: de donzige deuntjes, de zon tussen de bladeren, de mysterieuze Vrouw, maar ook de wanhopige drive naar seks, de weddenschappen om tongdraaien, het schoppen tegen de schenen van de autoriteit. Qua sfeer slaagt de film in deze mix, maar inhoudelijk mist hij de specifieke herkenbaarheid die hij pretendeert over te brengen. Wijnant lijkt zijn eigen laatste zomer via een filmische referentielijst te herknutselen, in plaats van een persoonlijk discours te bouwen. Misschien is het daardoor dat sommige conversaties wat fake klinken en er slechts één mooi, vol personage is (Tim, vertolkt door Gentse grapjas Robrecht Vanden Thoren).

Toch is De laatste zomer geen onaangename film: er kan goed gelachen worden en hij verveelt bijna nooit. Wel mocht Joost Wijnant zich wat meer laten gaan in geïnspireerd schrijven en filmen, in plaats van ongemerkt te copy/pasten. Zo is het alvast leuk dat hij het aandurfde opvallend gebruik te maken van close-ups. Maar net als de pubers in de film, en waarschijnlijk iedereen op deze blauwe planeet, is de grootste uitdaging het vinden van een eigen stem.



Dagen zonder Lief

4 04 2007

Dagen zonder lief

Oude vrienden en vergeten liefdes, sluimerende zelfvervreemding en gewoontevorming: laat-twintigers hebben het in deze tijden niet gemakkelijk. Vraag het maar aan Felix Van Groeningen: hij maakte er namelijk een film over. Dagen zonder lief begint met de terugkomst van Zwarte Kelly uit New York (gespeeld door de heerlijke Wine Dierickx). Met haar, keert ook het verleden terug in het leven van haar vroegere vrienden. Het is nog maar bij haar eerste stappen uit het desolate station van moedergemeente Sint-Niklaas (gespeeld door Sint-Niklaas zelf, jawel) dat ze Frederic (Jeroen Perceval) tegenkomt. Die komt net terug van het uitzwaaien van zijn eigen vriendinnetje die, zoals het sommige blonde meisjes betaamt, vertrekt naar een volleybaltoernooi. Zijn dagen zonder lief vult hij in door Zwarte Kelly in contact te brengen met haar ex-lief Kurt (Pieter Genard) en zijn vrouw Blonde Kelly (An Miller uit In de gloria), door ’s middags gin-tonic te drinken in het café van kameraad Niek (Koen De Graeve) en te denken aan het gewoel voor Kelly’s bruuske vertrek naar New York. Stilletjes aan merken ze allen dat het verleden misschien toch niet begraven kan worden onder nieuwe huizen, andere geliefden of buitenlandse vluchten. Of zoals iemand zegt: ‘Ik lieg m’n hele leven bijeen’.

Felix Van Groeningen is erin geslaagd om na het ietwat groezelige Steve + Sky een film te maken die evenzeer een ziel heeft, maar boven zijn voorganger uitsteekt door zijn bijzondere schoonheid. Zoek niet de glans van glimmende snoepwinkeltjes en zoete woorden, maar de ontroering van platte dance-muziek op goede momenten (de twee Kelly’s die Lasgo’s ‘Something’ meezingen is het ultieme hoogtepunt van de film) en van het even pijnlijke als troostende besef dat we allemaal lijden aan de tijd. Deze film zal zijn weg vermoedelijk naar uw hart vinden net omdat ze een taal spreekt die u begrijpt – u zal alvast lachen met enkele dialogen omdat u ze zélf meent gevoerd te hebben. Dus wanneer u zin hebt om te lachen, wanneer u zin hebt om te huilen, ga dan misschien eens kijken naar Dagen zonder lief.