13 11 2009

Ik wil dat niet doen.
Ik wil niet opnieuw kijken en klagen en zagen en zeggen wat ik daarnet al zei.
Ik wil kijken naar dingen.
Naar jou en naar anderen. 



Cannes 09

27 05 2009

z_cannes_festival_logo.jpg

Na enkele dagen vervaagde het. Ik had mijn appartement en mijn vrienden teruggevonden, het afwasproduct naast de gootsteen en de planten die dringend water nodig hadden. Ik ontdekte mijn rituelen weer, hoe ik mijn ontbijt nam, waar ik werkte en wat ik deed, hoe ik mijn veters moest vastknopen. Mensen vroegen hoe het was, daar in Cannes. Dan kon ik niets anders dan glimlachen en ‘Goed’ antwoorden. Over Cannes spreken is onmogelijk zonder de hitte op de armen te voelen, de verre zeegeur te ruiken, een knoop van tientallen talen te horen en honderden mensen in maatpak te zien. Het is onmogelijk om de gewoontes te begrijpen, wat je er als ontbijt eet en hoe je er je veters knoopt.

Ik had me al enkele dagen voorbereid op een opeenvolging van gesukkel en arrogantie, ongemakkelijke recepties en overdadige hapjes. Op donderdag kwam ik aan – het was warm, maar ik weigerde mijn vest uit te trekken.

Na de eerste stappen in de stad, leek een film zien me het meest logische wat ik kon doen. Victim, een film uit 1961 van Basil Dearden, bleek de allereerste screening van de festivalsectie Cannes Classics. Dirk Bogarde, in de jaren ‘60 de perfecte schoonzoon, speelt de hoofdrol in deze bijzonder controversiële film over een man die afgeperst wordt omwille van zijn homoseksualiteit.In het programmaboekje vallen in de selectie Competitie de Europese meesters op. Tijdens het festival vinden de wereldpremières plaats van de nieuwe films van Ken Loach, Lars Von Trier, Pedro Almodóvar, Alain Resnais en Michael Haneke. In tegenstelling tot wat de televisie toont, zijn in Cannes, een festival voor professionelen, niet Angelina Jolie en Brad Pitt de sterren, maar de filmmakers met het talent, de producenten met de juiste projecten en de distributeurs die de rechten bezitten. Dagelijks staan horden piekfijn geklede mensen met een briefje in de handen ‘Looking for invitation’ voor de grootste arthouse-films. Naar die kan je immers niet zomaar gaan, laat staan in T-shirt, jeans en sportschoenen. Ik kon me enkel inbeelden hoe die mensen na een wanhopige zoektocht zouden afdruipen en zich thuis, in hun beste kleren, voor de televisie zouden zetten.

Achter de schermen is er de Marché du Film, een markt waarbij ongeveer duizend, vooral kleine films vertoond en hopelijk verkocht worden. ‘Iedereen is hier op zoek naar de nieuwe Slumdog Millionaire‘, hoorde ik iemand zeggen. In de Palais, de centrale gebouwen van het festival, zijn er honderden standjes van distributeurs, sales agents, filmcommissies, lokale promotiestructuren. Flanders Image, de promotiecel van het Vlaams Audiovisueel Fonds, heeft de boot alvast niet gemist. Op de ingang van de Marché hangt een gigantische poster met de drie Vlaamse films die geselecteerd zijn op het festival en in verschillende folders, boekjes en magazines duiken De Helaasheid der Dingen (La Mertitude des Choses), Lost Persons Area en Altiplano op.Word of mouth gebeurt in Cannes op heel geconcentreerde schaal.

Films zijn een sociaal bindmiddel, een betrouwbaar gespreksonderwerp, een veilig discours. Op veel momenten lijken de films een achtergrond van ontmoetingen en manieren om stiltes te breken, maar uiteindelijk zijn ze waar het om draait. De stad is immers gevuld met de internationale filmwereld, mensen van wie je wilt dat ze je naam onthouden en je cv bijhouden. Zo kreeg De Helaasheid der Dingen vanaf de eerste screening positieve commentaren, die als een zenuwbaan door de stad gaan – een wedstrijd naaktfietsen helpt daar natuurlijk altijd bij.

Na de initiële desoriëntatie, maakte ik de paden vrij voor mezelf. Ik groef tunnels in het zand en begon te lopen waar ik heen wilde. Op recepties praatte ik met Zwitserse programmatoren, Deense filmproducenten, Nederlandse distributeurs. Voor de screening van Precious, de grote winnaar van het afgelopen Sundance festival, werden Mariah Carey en Lenny Kravitz op het podium gehaald, en ontdekte ik opnieuw de celebrity hunter in mezelf. Zonder het te beseffen, werd ik compleet begraven in de stad, de straten, de rode loper en het overdonderend aantal medewerkers – zich afscheidend van de massa door de afschuwelijk beige uniformpjes die vast niemand anders zou durven dragen. De helft van de tijd vroeg ik me af waar ik was en hoe ik er was terecht gekomen. Tussen het zand, kijkend naar Lawrence of Arabia in de open sectie Cinéma de la Plage. Op het feestje van de Filippijnse film Kinatay, op het strand met een derde whiskey.

Op de laatste dag zag ik op strand, nog geen tien meter verwijderd van zakelijkheid en professionalisme, Cannes weerspiegeld in de zee. Het zag er echt uit – geen arrogantie, maar hoge verwachtingen en vol liefde voor film.



The Death of Mr Lazarescu

7 01 2009

death_of_mr_lazarescu6.jpg

Een 62-jarige man zit in zijn appartement. Er lopen enkele katten rond. Het is er donker, rommelig en kleurloos. Het gaat niet goed met Mr Lazarescu. “Ik heb al de hele dag hoofd- en buikpijn”, zegt hij wanneer hij een ambulance belt. Wanneer die niet onmiddellijk komt, vraagt hij de buren om wat pijnstillers. “Heb je weer gedronken?”, is hun eerste reactie.
Even daarna komt een ambulancier van middelbare leeftijd naar boven. Ze onderzoekt Mr Lazarescu en oordeelt dat hij best naar het ziekenhuis gaat. “Mag ik even een sigaret in de keuken roken?”, vraagt ze nog.
 
De titel van de film doet de uitkomst al vermoeden. 150 minuten lang volgen we de dodentocht van Mr Lazarescu, van zijn appartement tot het eerste ziekenhuis en de ziekenhuizen die volgen. Op dezelfde avond is er immers een zwaar verkeersongeluk gebeurd en is er nergens plaats voor Mr Lazarescu – een antithese van het Bijbelse geboorteverhaal.
De ambulancier Mioara, steevast gehuld in een fel oranje veiligheidsvestje, blijkt de enige verzorger van de eenzame Mr Lazarescu en neemt die rol dan ook op zich. Ze voert hem van de ene plek naar de andere, praat met dokter na dokter en zoekt mee naar een diagnose. Zij is, samen met de kijker, de enige getuige van de brutale achteruitgang van Lazarescu’s gezondheid. Waar de man in het begin nog wandelt en praat, begint zijn lichaam na verloop van tijd stroef te worden en zijn woorden troebel. We zien het leven uit de man verdwijnen, maar wat uiteindelijk in de weg staat, is niet het zieke lichaam, maar kleine toevalligheden en menselijke wisselvalligheid.
Zo hoort Mioara van een kauwgumknabbelende dokter dat Mr Lazarescu zo snel mogelijk geopereerd moet worden, maar dat hij geen tijd heeft om de operatie uit te voeren, en gaat dan maar naar een ander ziekenhuis waar ze het doktersadvies doorgeeft. Dat lokt niets anders dan een verdrukkende discussie over medische hiërarchie uit: “Wie denk je wel dat je bent dat jij ons gaat zeggen wat wij moeten doen?”. Het vijandige van de situatie drukt haar in een hoekje en snoert haar de mond. Mr Lazarescu is bijzaak geworden in de ziekenhuiskamer.
 
death_of_mr_lazarescu7.jpg

Hoofdzaak voor de een is bijzaak voor de ander en uiteindelijk speelt niemand de hoofdrol. Regisseur Cristi Puiu past dit toe op zijn film, een medium waarin zaken ingedeeld moeten worden in hoofd- en bijzaak, narratief en nutteloos. Hoewel Mr Lazarescu de hoofdrolspeler van de film is, neemt die vaak geen centrale positie in. De brancard waarop hij ligt, staat op een bepaald moment letterlijk achter een alledaags gesprek over de echtgenoot van de verpleegster.
De horror zit hem in de nadruk op onbelangrijk lijkende dingen die het podium inpalmen: een chirurg die over de batterij van zijn gsm begint, Mioara die over koetjes en kalfjes praat, de subtiele seksistische toon die een dokter tegenover een verpleegster aanslaat. De film is gevuld met details die de echtheid tot een ondraaglijk niveau brengen.
Tegelijk is er geen grote boosdoener, enkel een reeks mensen voor wie leven en dood een beroep is. Als kijker lukt het niet helemaal om de schuld op hen te steken – het zijn vermoeide professionelen, gefrustreerde, uitgebluste, maar ze zijn nooit kwaadaardig of contextloos.
 
Cristi Puiu tekent zijn verhaal rond het gapende tekort van de menselijkheid, ergens tussen schuld, onmacht en verantwoordelijkheid, waarin voor de kijker vooral het triviale van een enkel mensenleven naar boven komt. Wij delen de blik van de camera op een stervende Mr Lazarescu, maar vangen tegelijk een glimp op van de duizend randsituaties rond hem, en beseffen dat Mr Lazarescu, hoewel hoofdrolspeler, ook maar een van de duizend is. En dan is het tragische van het bestaan misschien niet onze dood, maar het triviale ervan.

death_of_mr_lazarescu9.JPG



De beste van 2008

7 01 2009

1. The Dark Knight
2. In Bruges
3. El Orfanato
4. Hunger
5. Linkeroever
6. There Will Be Blood
7. Julia
8. Cloverfield
9. Into The Wild
10. Funny Games US

en ook:

Happy-Go-Lucky
Before the devil knows you’re dead
Import/Export



Red Road

11 07 2007

 

red-road.jpg

 

Jackie werkt voor City Eye in Glasgow, het visuele epicentrum van de Schotse stad: alle beelden van alle beveiligingscamera’s komen er samen. Jackie lijkt haar dagen te vullen met het op afstand kijken naar stadstaferelen. Zittend voor een muur van schermen, kiest ze er het grappigste (zingende poetsvrouw) of het ontroerendste (man met hond) beeld uit, die ze dan met een drukknopdruk op de monitor naast haar, van dicht, bekijkt.

Tot er op een dag, in een achterbuurt, een man verschijnt. Jackie lijkt de man te kennen. Jackie gaat op onderzoek. Zijn naam kent ze: Clyde Anderson. In een krantenartikel, ergens weggestopt in een rode map, bekijkt ze zijn foto opnieuw. Ze vist uit waar hij woont. Ze gaat naar zijn appartementsblok down at Red Road en achtervolgt hem terwijl ze zich bewapent met een gebroken stuk glas. Jackie gaat onuitgenodigd naar een feestje bij hem thuis, waar ze zich halfslachtig laat verleiden door hem. Jackie loopt weg en kotst.

Wie is Clyde Anderson. En vooral. Wie is Jackie.