The Dark Knight

6 08 2008

the_dark_knight_heath_ledger_2008.jpg 

Om drie uur ging de wekker. Voor mij hingen lusteloze tenen en rond mij lag het vuilnis van de dag daarvoor. Een schoen en twee kousen, de fles water waar ik moedig aan begonnen was, het vettige aluminium van de pita shoarma.
De binnenkant van mijn hoofd was volgekleefd met flarden – scheuren van afbeeldingen en stukken muziek, afbladderend door de giftige lucht errond. Sommige stukken waren verdwenen en voorgoed gewist. Ik kon slechts hopen dat de belangrijkste stukken overbleven.
Niets leek me te kunnen redden van het gevoel in de onderbuik van het heelal beland te zijn na de wereld te hebben getrotseerd. Het lege van een zondag, de anticipatie van een maandag.

En daar, op het einde van de wereld en op de rand van de hel, vond ik het antwoord.
“Kom, we gaan naar de cinema”

Het was een eenvoudig idee dat desalniettemin onmogelijk leek door het hardnekkige gevoel geen poot te kunnen verzetten. Om vijf uur, na anderhalf uur wikken en wegen, nam ik de finale beslissing.
“Kom, we gaan naar de cinema”

We wandelden op de warme straatstenen met een hoofd vol scheuren. De straat was bevolkt met soortgenoten – mensen die tussen dronkenschap en een kater bengelden, jongeren die niet wisten of ze moesten lachen of huilen, zingen of fluisteren, feesten of slapen.
Wij stapten trots, want wij wisten waar we heen gingen. The Dark Knight deed echter meer dan de ontspanning die we verlangden; twee en een half uur lang werden we geconfronteerd met de betekenis van cinema. Hij dient om verstomming te verslaan met grotere verstomming, flarden te overschilderen, maandagen te doen vergeten.

Tussen 1989 en 2005 was Batman nog de stoere stripfiguur uit vier fantastische films, vanaf Batman Begins werd hij een donker figuur in een tragische wereld, een tragisch figuur in een donkere wereld, een man met een zwart pak, maar naakt daaronder.
In The Dark Knight wordt Gotham City bedreigd door The Joker, een pervert die zijn invloed laat gelden door willekeur en irrationaliteit. Zijn daden lijken geen beweegreden te hebben, The Joker wordt niet gedreven door macht, geld, liefde of lust, maar heeft eerder een ongedefinieerd genot voor menselijk lijden en wreedheid. Hij is een ronddwalend gas, een onzichtbare oppermacht, die de film een rode draad van ongemak bezorgt.
The Joker lijkt daarmee dé post-9/11-angst te symboliseren, die van onveiligheid, van een een leven zonder vaste wallen of duidelijke richtlijnen, van het gevoel dat een druk op de knop de hele bevolking in een poeltje chaos kan doen veranderen. The Joker is het uitheems element dat de mens confronteert met de waanzin van zijn eigen soort en uiteindelijk met zijn eigen ondergang.

3_the-dark-knight-3-1024.jpg

En waar de plaats van een superheld in zo’n scenario is, is minder duidelijk. Batman is geen overheersende figuur die The Joker in zijn eentje aankan, maar een edelfigurant in een wereld waarin goedheid een uitzondering is en vertrouwen schaars. En misschien verdienen die schijnbaar simpele eigenschappen al de noemer van superheld.
Zo lijkt elk personage in The Dark Knight zijn weg kwijt in de wereld. Hollywoodhelden met een duidelijk doel, een potentieel overtrefbare vijand en een onverstoorbaar geloof in het goede vind je niet in deze film. Er zijn zoekende mensen, twijfelende, vechtende, hopende.

Na The Dark Knight blijkt de wereld buiten de bioscoop ook veranderd. De mooie mensen die daarnet een ontbijtkoek in de handen hadden, zijn aan het zuipen en slaan wartaal uit. Oude mannen komen uit steegjes en bieden ons drugs aan. Kleine mensen uit kleine dorpjes kijken kwaad en lopen ons onbeschaamd voor de voeten. Branden ontstaan en omstaanders blussen die met alcohol.

Die nacht kwam de stad in brand te staan. En niemand deed iets.



Tussenstand

18 04 2008

tussenstand.jpg 

(nu op dvd)

Afspreken met een vroegere geliefde, het levert vaak een patstelling op. Je weet opnieuw waarom je hem of haar zo graag zag, of herontdekt waarom jullie tijd samen moest aflopen. De val van een nefast verlangen, of zout op een vergeten wonde.

Veertigers Roos en Martin zitten samen te eten in een rumoerig restaurant. Het gescheiden koppel heeft een zeventienjarige zoon Isaac, die inwoont bij moeder Roos. De ontmoeting staat in het teken van Isaac. Roos merkt immers dat deze zich stilaan isoleert van de wereld, geen woord meer zegt, geen deur meer opent. Een probleem dat zij als ouder zo snel mogelijk opgelost wil zien. Na enkele minuten gaat gesprek tussen Roos en Martin echter al lang niet meer over Isaac. Het ex-koppel verdwaalt in een verbale tijdbom van verwijten, sarcasme en gedempt geweld. Boven het geroezemoes van pratende mensen en rondlopende obers horen we woorden, niets dan woorden. Wat zoon Isaac mist, lijken Roos en Martin de hele ruimte mee te vullen. En toch komen ze nergens. De gesprekken suggereren een lawine van emotie waar de woorden nog naar verwijzen, maar die ze niet langer kunnen veranderen.

Luidruchtige scènes met Roos of Martin worden afgewisseld met atmosferische, muisstille beelden van Isaac. Door het schitterende gebruik van geluid begin je de verhouding tussen ouders en kind te begrijpen. Zijn stilzwijgen is een antwoord op de woordenwirwar van moeder en vader, maar brengt hen tegelijk ook weer samen aan tafel. Wat is een kind anders dan een symptoom van zijn ouders?
Mijke de Jong filmt alle gesprekken van achter de rug van de personages, in plaats van op een imaginaire zijlijn. Het maakt het beeld erg vol en de scènes erg druk. Het contrast met de op afstand opgenomen scènes met Isaac is des te groter.
Naast een fantastische geluids- en beeldvormgeving, is Tussenstand ook schatplichtig aan de vertolkingen van Elsie de Brauw en Marcel Musters, Roos en Martin. De twee acteurs bezitten immers het vermogen om woorden te beladen met geschiedenis en verhaal. Door hun blikken, intonaties, bewegingen maken ze flashbacks naar vroegere ruzies onnodig. Het verleden is aanwezig in elke zin die ze uitspreken.

Toch voel je onder hun woorden steeds een connectie, alsof ze ondanks alles toch voor elkaar bestemd zijn, alsof ze elkaar ontmoeten op het meest intieme niveau, maar op alle andere missen. ‘Het tegendeel van liefde is niet haat. Het tegendeel van liefde is onverschilligheid’, zei ooit iemand. En soms verraadt haat een verdwaald stukje liefde.



Happy Together

4 03 2008

happytogether_review2.jpg 

Het stopt maar niet met de Belgische kwaliteit. Na het fantastische Aanrijding In Moscou, is er nu Happy Together. De Engelstalige titel verraadt echter dat dit niet het soort film is die ruikt naar de Vlaamse akkers, maar eerder een internationaal karakter bezit.
Centraal staat Martin, een rijke, vlotte zakenman, die bij sympathieke kijkers meteen ietwat verdacht zal overkomen. Zijn oppervlakkigheid verraadt diepgewortelde knobbels en onbewuste ongenoegens. Martin komt uit een eenvoudig milieu, maar heeft zich ‘naar boven’ kunnen opwerken. Zijn huwelijk met de bourgeois Eline hangt samen met een soort prestatiedrang, een krampachtig hooghouden van aanzien en materiële status. Martin heeft zijn kaartenhuisje opgebouwd, maar wanneer een kaartje begint te wankelen, staat de hele constructie op instorten.
Het verval begint met wat een eenvoudige aankoop lijkt. Martin wil voor zijn vrouw een huisje in Toscane kopen, maar moet geld lenen voor het voorschot. Wanneer het contract getekend is, blijkt die lening echter gebaseerd op lucht. En daarmee start de instorting van het volledige kaartenhuisje.

De film doet daarom wat denken aan het geniale Match Point van Woody Allen, waarin een man zich stap voor stap vernestelt in de gevolgen van zijn eigen morele wandaden. Wat begint met een kleine leugen of een toegeving in een onopvallende chantage, kan escaleren tot een verdorven situatie waar geen mogelijkheid op eerlijkheid meer lijkt te bestaan. Regisseur Geoffrey Enthoven toont de evolutie van Martins morele verval stap voor stap, maar laat nooit te diep kijken in diens ziel. En dan doet Happy Together plots ook denken aan Michael Hanekes oeuvre, waarin vanop afstand getoond wordt dat de hypocrisie van de bourgeoisie zich altijd wreekt.
Het is vooral Ben Van Ostade die van Happy Together een sterke film weet te maken. De Heterdaad-ster van weleer verrast met zijn subtiele vertolking van Martin. Hoewel de serie toevallige gebeurtenissen elkaar nogal snel lijken op te volgen, weet Van Ostade ze toch niet geforceerd te laten overkomen. Met elke nieuwe stap, met elke morele keuze, valt telkens een zweetdruppeltje meer op te merken op zijn gegroefde voorhoofd. En de kijker, die mag gerust meezweten. Maar of een handdoek wordt aangereikt op het einde van de film, mag je zelf ontdekken.



The Fountain

17 11 2007

(By Krris)

The Fountain

The Fountain is de meest recente Darren Aronofsky, een veelbelovend epos over Leven en Dood. Veelbelovend was deze film reeds vanzelf na zijn laatste meesterwerk, Requiem for a Dream, en iedereen verwachtte meer van hetzelfde. Ongetwijfeld is het heel moeilijk voor een filmmaker om ieders verwachtingen te bevredigen na zo’n mooie worp, zeker als men het boorlingetje dadelijk de kleren van de oudere broer wil aanmeten. Maar The Fountain is een heel ander verhaal, met gelijkaardige thema’s maar andere invalshoeken en andere beloftes. Een dergelijk vertrekpunt maakt een ietwat kritische kijker al wat onrustig, om niet te zeggen bang over wat de filmervaring zelf nu precies zal worden.

Maar de rust is wedergekeerd, closure is bereikt, zo ook voor en door Tom Creo, het hoofdpersonage in deze film. Ook hij was bang, bang voor de dood. En dat zijn we allemaal, of toch wel de meeste onder ons. Daarom is deze film en zijn thema zo herkenbaar; hij blijft in je bloed zitten en graaft dieper en dieper, als een subtiele drug die testen om de tuin leidt.

Aronofsky slaagt er weer in helemaal onder de huid te kruipen, door een naadloos samenspel tussen muziek, woord en beeld. Ook in Requiem for a Dream veroorzaakte deze harmonie een heel intense filmervaring, maar in deze film verdwaal je nog net iets meer, in dit net van verweven zintuiglijke ervaringen. En precies dit maakt de film zo sterk, net door het verdwalen, vind je de weg, kom je tot de essentie, tot de ultieme boodschap. Net zoals Tom Creo ontdek je waar het allemaal om draait: het draait niet om dood of leven. Liefde is veel belangrijker, want deze overstijgt, net zoals de menselijke ziel, ons stoffelijke omhulsel.

Tom Creo is een wetenschapper die op zoek is naar de ultieme graal: het eeuwige leven. Of om preciezer te zijn, een middel tegen hersentumoren, tegen kanker. Want volgens Tom is sterven ‘just another disease’ en hij gaat het geneesmiddel vinden. Tom heeft echter steeds meer moeite om privé en professioneel gescheiden te houden en zijn gebrek aan subjectiviteit komt voort uit zijn object of desire: Izzy.  Izzy of Isabel, zijn vrouw, zijn koningin, leidt aan een ongeneeslijke tumor, en de verlossing is nabij. Izzy schrijft een boek: The Fountain. Het is bijna voltooid, behalve het laatste hoofdstuk dat Tom zal moeten schrijven, want hij weet hoe het afloopt. Hij zegt dit niet te kunnen, maar Izzy is niet meer bang en zegt dat hij dit wel weet en kan. Tom moet het gewoon inzien, zoals wij dit allen moeten.

The Fountain (het boek) start in Spanje waar Tomas, El Conquistador, door de koningin van Spanje gevraagd wordt om de Maya’s het geheim van het eeuwige leven te onfutselen. Dit geheim verbergt zich in hun boom des Levens, die door God verborgen werd voor Adam en Eva, na hun verdrijving uit het paradijs. In ruil belooft Isabella hem haar hand en geeft hem haar ring mee, als symbool van dit wederzijds verlangen.

Isabella (Izzy)

Vanaf het begin van de film wordt heen en weer geflitst tussen boek en realiteit, tussen heden, verleden en toekomst. De toekomst, waar de film ook mee start, is het 12e hoofdstuk, de finale van de film. Dit hoofdstuk moet Tom nog schrijven en langzamerhand ziet hij voorbij de ruis van beeld, woord en klank. Hij ziet hoe dit alles verbonden is en ontdekt wat de essentie is, waar hij heen moet, hoe dit verhaal onvermijdelijk zal aflopen. En wij ontdekken het met hem, de film doet ons inzien hoe het Leven onvermijdelijk eindigt, maar ook hoe het verdergaat. Of hoe elk afgesloten verhaal een nieuw inluidt.



Toto le héros

24 08 2007

 

toto7.jpg 

 

Soms mogen we trots zijn. Soms mag dat. Toto le héros is een Franstalig Belgische film uit 1991 en doet ons glimlachen dezelfde nationaliteit te hebben als regisseur Jaco van Dormael. Patriottisme zonder sportfiguren: het kan.

Thomas is het hoofdpersonage van Toto le héros. Als kind groeit hij samen met zus Alice op in een warm nest, met een zingende papa en een lachende mama. Tot papa sterft en mama er alleen voor staat. Thomas ziet hoe alles in zijn leven van hem wordt afgenomen. Hij is ervan overtuigd dat hij als baby tijdens een ziekenhuisbrand verwisseld werd met Alfred, het etterkindje/buurmannetje. Alfred is de rode draad door Thomas’ leven: hij is de existentiële dief van alles goed.

De film is ingedeeld in drie tijden: Thomas als kind, als volwassene en als bejaarde. Op het einde van zijn leven is Thomas van plan Alfred te vermoorden. Want hij is niet enkel Thomas, hij is ook Toto le héros, een film noir-held die de slechten neerknalt en het meisje terugwint, een postmoderne Humphrey Bogart. Het verhaal vloeit van de ene tijd naar de andere en van de ene wending in de andere. De montage van Susana Rosberg is uitmuntend. Door de subtiele manier waarop verschillende motieven zich aan elkaar vasthaken, wordt een fantastische intrige opgebouwd. Het verhaal zit vol terugkerende elementen (snoepjes ingepakt in krakelende rode folie!), die Thomas’ haat naar Alfred oproepen, maar zijn nauwe band met hem niet kunnen verbergen.

Toto le héros is een erg rijke film qua visuele vondsten en muzikale dramatiek. Visueel herinnert hij aan het speelbord van Jean-Pierre Jeunet (Amélie Poulain, Delicatessen), maar verschilt ervan door de solide basis van het verhaal. Verf is enkel nodig als er muren zijn; plasjes kleur op de grond, daar houdt niemand van. De instrumentale muziek is zwaar orkestraal, maar nooit bombastisch (à la Godard in Le Mépris) en het liedje ‘Boum’ van Charles Trenet is nostalgie hangend aan een luchtballon.

 

U mag glimlachen om in een land te leven dat in 1991 dit meesterwerkje opleverde.