Savage Grace

28 10 2008

mslk-savage-grace_julianne.jpg

Julianne Moore mag dan nog steeds geen Oscar op haar schouw hebben staan, eens om de zoveel tijd bewijst ze opnieuw een van de Hollywoods meest getalenteerde actrices te zijn. Zo speelde ze memorabele personages in Safe, Shorts Cuts, The Big Lebowski, Boogie Nights, Magnolia, The Hours en Far From Heaven, die haar meer traditionele werk in Freedomland, Laws of Attraction en The Forgotten in een vlotte beweging van tafel vegen.
Met haar nieuwste film, Savage Grace, toont ze zich opnieuw als de actrice die gewaagde rollen aandurft en bizarre personages aankan.
 
Moore speelt Barbara Baekeland, een vrouw die vanaf de jaren ’40 furore maakte in de high society van Londen en Parijs. In een milieu waarin kleine kuchjes zware waarheiden vervangen, durft Barbara wel eens scherp uit de hoek komen. Ze is onvoorspelbaar en hysterisch, een licht waanzinnige desperate housewive. We volgen een stuk van haar leven door de ogen van zoon Tony, opgroeiend van baby tot adolescent. We zien haar huwelijk en haar tranen, haar moederschap en haar ondergang.
 
Regisseur Tom Kalin baseerde zich voor Savage Grace op een waar gebeurd glamour and glitter-schandaal uit 1972 en maakt enerzijds ook van zijn film een glamoureuze film. Naar verluidt draaide hij zijn film met de visuele stijl van Douglas Sirk indachtig (waarop Far From Heaven al een hommage aan was) en dat wil zeggen kleuren en vrouwelijkheid en zon. Maar onder de bonte jurken en het stromende licht liggen decadente waarden en verwrongen verhoudingen. De bevuilde onderstroom.
 
Savage Grace is een film die controversieel kan genoemd worden, niet enkel omwille van enkele plotwendingen, maar ook door de combinatie van esthetiek en plot. Kalin heeft er op toe gezien dat het publiek zich amper kan identificeren met de personages, maar tegelijk wel esthetisch entertaind wordt. Het resultaat is dan ook een film die niet eenvoudig is en zelfs wat verwarrend. In de plaats krijg je een film die de kijker niet bij het handje houdt, stijlvol is en schokt. En Julianne Moore heeft helemaal geen echte Oscar nodig, want in sommige scènes laat ze goud van het scherm vloeien. Aan ons om de druppels op te vangen.



Addams Family Values

13 11 2007

shot011.jpg

Een bleek, zwart gekleed meisje staat toe te kijken hoe een overijverig blond meisje de rol van drenkeling in een EHBO-demonstratie speelt. ‘I can’t swim’, zegt ze apathisch net wanneer het wicht kopje onder gaat. In het vervolg op The Addams Family is onze favoriete morbide familie terug. Meer nog, er is een lid bij gekomen. Op het einde van de vorige film werd een baby aangekondigd en die is het vertrekpunt van deze film.  

Niet iedereen is blij met de aanwinst. Dochter Wednesday en zoon Pugsley trachten zo creatief mogelijk hun nieuwe broertje een kopje kleiner te maken – letterlijk. Hun ouders Gomez en Morticia grijpen na enkele mislukte moordpogingen in en huren het kindermeisje Debbie in. Wanneer zij het Addams-huis binnenstapt, is Uncle Fester op slag verliefd. Debbie heeft echter een geheime agenda. Achter haar brede glimlach is ze the black widow, een vrouw die rijke mannen in haar web strikt en hen na het huwelijk vermoordt. Wanneer Wednesday dit plan in de mot heeft, stuurt Debbie Pugsley en haar naar summer camp Chippewa. (‘What does chippewa mean? - It’s an old Indian word. It means orphan.’) Summer camp blijkt een nogal rechtse bedoening, vol blonde, blanke Hitler Jügend-achtigen, aangevoerd door het all-American, breedlachende koppel Gary en Becky. Een Amerikaanse traditie waarin vooral het nationale trotsgevoel aangewakkerd wordt, eerder dan de onderlinge verschillen aanvaard. Maar wanneer tijdens het afsluitende toneel de geschiedenis achter Thanksgiving herschreven wordt in de kleuren van the Star Spangled Banner, grijpen de outcasts van het kamp in. 

Daarom is Addams Family Values, een film uit 1993, in deze tijden van Americana-bashing ontzettend genietbaar. Racisme en discriminatie worden onrechtstreeks, maar des te harder aangeklaagd (‘Indians… huh, ‘nuff said’), en ook de happy family ontsnapt niet aan een cynische onderwerping (‘I hope someday you know the indescribable joy of having children, and of paying someone else to raise them.’). Bovenal is de film bijzonder grappig (‘BambiLassie Come HomeThe Little Mermaid. – Stop it. He’s only a child.’) en tussen de fantastische acteurs knettert de chemistry als Nieuwjaarsvuurwerk. Addams Family Values is de creatie van een hilarisch stuk realiteit, waarin geweld een logische oplossing is en donkere romantiek de mooiste.



Little Miss Sunshine

2 04 2007

102079_lms.jpg

Herinnert u zich nog uw tranen toen Jack in Titanic naar de bodem zakte en Rose in het koude water achterbleef (‘I’ll never let go, Jack’)? Enkelen bleven ongevoelig voor ‘diene film over diene boot’, anderen werden meegesleept door boot én film. Maar waarom worden we eigenlijk emotioneel op zo’n moment?
Vermoedelijk omdat het ons kan schelen wat gebeurt met de personages, omdat we niet meer onverschillig kunnen staan tegenover de mensen die we even daarvoor leerden kennen, omdat we iets van onszelf in hen zien. Dat ze helemaal niet echt bestaan, lijkt ons niet echt te kunnen tegenhouden.

In een film als Little Miss Sunshine zal u zich zéker herkennen in een van de personages. Ziehier de mogelijkheden: de levensmoeë oom met liefdesverdriet, het naïeve en vrolijke dochtertje, de stilzwijgende en pseudo-haatdragende puberzoon, de gekke en overeerlijke grootvader, de iets té breed lachende vader en de moeder die deze in toom tracht te houden. Het zestal gaat richting California, in de hoop dochtertje Olive (een schattige Abigail Breslin) op tijd in de missverkiezing voor kinderen (‘Little Miss Sunshine’) te loodsen. En uiteraard gaat de lange rit van de gezinsleden in het gammel geel busje gepaard met een confrontatie van elkaars kleine kantjes.

Deze film pakte in de oscaruitreiking vorige week niet enkel de Oscar voor beste mannelijke bijrol (Alan Arkin als opa), maar ook die voor beste scenario. Little Miss Sunshine profileerde zich als een film met een scherp randje, als “alternatief”: een drugverslaafde opa, een suïcidale homoseksuele oom en een missverkiezing voor kinderen zijn cutting edge, vindt u ook niet? Maar helaas. Daar stopt het. Het verloop van deze personages is zó cliché dat alle gewaagde keuzes van de filmmakers plotseling hypocriet overkomen. Ze beloven een portie anarchie, maar je krijgt een onverwachts zoete moraal op je bord. En misschien moet ook u dan een beetje overgeven: ‘de personages mogen dan wel disfunctioneel zijn, in the end zijn hun bedoelingen goed, mooi en zuiver’. De Amerikaanse gedachte van het gezin als hoeksteen van de maatschappij is (opnieuw) geboren.

Maar misschien is het zo bij elke film: we worden gedwongen onszelf te zien in de helden met de goede intenties, die zich afzetten van de slechteriken met de slechte intenties. In Titanic waren er Cal en de moeder van Rose die het dartelende koppel uit elkaar trachtten te houden. ‘Laat die twee toch verliefd zijn’ supporterden wij als kijker in koor. Het was niet makkelijk fan te zijn van Cal, of hoorde u iemand fluisteren ‘komaan Rose, kies toch voor de man die je onderdrukt’?!

334231237_4e49d8f047.jpg

Ook in Little Miss Sunshine vindt u een tegenwerkende kracht: een zure vrouw (u herkent Beth Grant in een gelijkaardige rol als in Donnie Darko) die het dochtertje tracht tegen te houden deel te nemen aan de schoonheidswedstrijd. En het gevolg? Het gezin krijgt een gemeenschappelijke vijand, groeit dichter naar elkaar toe en kan zijn “goedheid” profileren tegenover haar “slechtheid”. En plots is Little Miss Sunshine een schaamteloze feel-good-film geworden: alle “disfunctionaliteit” van in het begin was eigenlijk een onderdrukking van goedheid. A-ha!

Maar dat wil niet zeggen dat cynisme een beter alternatief is. Op zich is een les als ‘ook al doen ze vervelend tegen elkaar, diep vanbinnen zien ze elkaar eigenlijk graag’ een mooie gedachte. Het spijtige van deze film is zijn ambiguïteit: de evolutie van expliciet screwed-up gezinsleden naar vrolijkheid, groepsgevoel en jawel… gedans. Doet u mee?



Six Feet Under

19 06 2006

sixfeetunder.jpg

Ja, dit is misschien wel de beste serie ooit gemaakt met mensenhanden. Na vijf seizoenen en evenveel jaren komt een einde aan Six Feet Under, de serie die ons trachtte duidelijk te maken dat alles van waarde een einde heeft.
Maar wat eindigt, begint ook ergens: in de allereerste aflevering sterft Nathaniel Fisher, pater familias van het gezin Fisher en hoofd van het familiebedrijf ‘Fisher & Son’, een begrafenisonderneming in California. Zijn dood brengt de levens van de nabestaanden (vrouw Ruth, dochter Claire en zonen Nate en David) in een onverwachte stroomversnelling. Vijf seizoenen lang volgen we hun wel en -vooral- wee: van fysieke ziektes tot ziekelijke relaties, van dood tot onsterfelijk verdriet, van stilte tot storm.

Het is inderdaad geen lachertje om Six Feet Under te bekijken (tip: kijk niet opeenvolgend naar meer dan twee afleveringen als u die dag nog wil lachen), al is serie één en twee voorzien van een tegenwicht zwarte humor. Deze slinkt vanaf serie drie en vanaf hier zwellen de tragische verhaallijnen. En dat blijkt een goede keuze: Six Feet Under lijkt steeds beter te worden.

Vijf seizoenen van twaalf afleveringen van vijftig minuten. Toch is Six Feet Under (SFU om het even makkelijk te houden) meer dan zijn 50 uren televisie. Geestelijke vader Alan Ball weet namelijk met een creatief team van schrijvers/regisseurs/producenten (executive producers wordt zoiets dan genoemd) de kijker te bedwelmen in een verstilde cocon waar ook u misschien niet meteen uit raakt.

Alan Ball is de man die eerder American Beauty (’99) schreef. Dit bracht niet enkel hijzelf iets op (een Oscar), het ontketende ook een nieuwe trend in film- en tv-wereld: de afbraak van de happy family. Dit wijdverspreide gegeven (zie mottige tv-series als Full House, Step by Step,…) zouden sommige cultuurkenners een ‘simulacrum’ noemen: een concept in film, tv,… waar geen origineel voor is in de werkelijkheid. Net zoals het onmogelijk blijkt om te leven in een videoclip waar huppelende vrouwen uw auto wassen, maar het geen moeite kost daar soms vier minuten lang in te geloven.

Na American Beauty werd het plots toegelaten om mythes te doorprikken. Maar wat volgde was soms eerder een opmars van cynisme (cf. Shrek als digitale pletwals op sprookjes) dan een interesse wat achter een façade kan schuilgaan. Was het niet ‘Look closer’ dat iemand u nog trachtte te vertellen in American Beauty?

Maar Alan Ball is een man van zijn woord: in SFU wòrdt u een kijkje aangeboden in de ziel van de personages en daar ruikt het niet altijd lentefris. Het is die -niet altijd makkelijk te tonen- eerlijkheid die maakt dat bepaalde zaken niet onder de tafel geveegd worden met een suburbia smile, een les moraal, een happy end. En dan is het misschien (zie de extra’s bij serie vijf) geen toeval dat kijkers die zèlf in een rouwproces zitten, troost halen uit de serie, ondanks –en vaak dankzij- de expliciete plaats die gruwelijke beelden en pijnlijke confrontaties krijgen. Een echte Amerikaan zou zeggen: `they put it out there`.
Een groot verschil met een serie als Desperate Housewives, waar ook een zekere eerlijkheid wordt geboden (‘wat schuilt toch achter die white picket fences in de suburbs?’), is de benadering van de personages. In SFU is het geen uitzondering dat een personage op zijn eentje in een scène staat en daarmee een naakte positie inneemt die vaak de grootste waarachtigheid uitademt; Desperate Housewives moet het meer hebben van de hypocrisie die de personages vertonen in geinige interacties.

En het zijn de personages die het maken in SFU: ronde personages die u niet altijd begrijpt of volgt, maar die wèl ademen - net zoals u wel eens doet. U kunt wel huilen wanneer in Party of Five (weet u nog, die traanserie met Neve Campbell over vijf ouderloze kinderen) Baileys relatie op de klippen loopt, maar dat wil niet zeggen dat u daarmee dichter bij een waarheid of een gevoel van Bailey komt.

En het is deze –in Hollywood vast moeilijk te ontlopen- valkuil die de makers weten te vermijden: het verhaal en de personages lijken een eigen beloop te gaan, eerder dan functie te zijn van een team schrijvers met een opdracht. Het is niet omdat zoon David in aflevering 15 iets ergs meemaakt, dat zijn kans om iets ergs mee te maken in aflevering 16 daarmee daalt. In een serie als Party of Five zien we duidelijker een door fictie gemonopoliseerde logica: wanneer Charlie geneest van kanker, ontwikkelt Bailey vanaf de volgende aflevering een alcoholprobleem. Deze plotwending is wel passend voor een algemene dramatiek, maar kan tevens de kijker op afstand houden van de gecreëerde realiteit en het personage.

En dat is misschien een van de redenen waarom SFU steeds beter lijkt te worden: de personages kruipen stil maar zeker onder je huid.
Het einde van Six Feet Under is daarmee misschien een van de betere bewijzen voor de boodschap erin: alles van waarde heeft een einde.

`This is the end, my friend`

ruth_ghost.jpg