
Ja, dit is misschien wel de beste serie ooit gemaakt met mensenhanden. Na vijf seizoenen en evenveel jaren komt een einde aan Six Feet Under, de serie die ons trachtte duidelijk te maken dat alles van waarde een einde heeft.
Maar wat eindigt, begint ook ergens: in de allereerste aflevering sterft Nathaniel Fisher, pater familias van het gezin Fisher en hoofd van het familiebedrijf ‘Fisher & Son’, een begrafenisonderneming in California. Zijn dood brengt de levens van de nabestaanden (vrouw Ruth, dochter Claire en zonen Nate en David) in een onverwachte stroomversnelling. Vijf seizoenen lang volgen we hun wel en -vooral- wee: van fysieke ziektes tot ziekelijke relaties, van dood tot onsterfelijk verdriet, van stilte tot storm.
Het is inderdaad geen lachertje om Six Feet Under te bekijken (tip: kijk niet opeenvolgend naar meer dan twee afleveringen als u die dag nog wil lachen), al is serie één en twee voorzien van een tegenwicht zwarte humor. Deze slinkt vanaf serie drie en vanaf hier zwellen de tragische verhaallijnen. En dat blijkt een goede keuze: Six Feet Under lijkt steeds beter te worden.
Vijf seizoenen van twaalf afleveringen van vijftig minuten. Toch is Six Feet Under (SFU om het even makkelijk te houden) meer dan zijn 50 uren televisie. Geestelijke vader Alan Ball weet namelijk met een creatief team van schrijvers/regisseurs/producenten (executive producers wordt zoiets dan genoemd) de kijker te bedwelmen in een verstilde cocon waar ook u misschien niet meteen uit raakt.

Alan Ball is de man die eerder American Beauty (’99) schreef. Dit bracht niet enkel hijzelf iets op (een Oscar), het ontketende ook een nieuwe trend in film- en tv-wereld: de afbraak van de happy family. Dit wijdverspreide gegeven (zie mottige tv-series als Full House, Step by Step,…) zouden sommige cultuurkenners een ‘simulacrum’ noemen: een concept in film, tv,… waar geen origineel voor is in de werkelijkheid. Net zoals het onmogelijk blijkt om te leven in een videoclip waar huppelende vrouwen uw auto wassen, maar het geen moeite kost daar soms vier minuten lang in te geloven.
Na American Beauty werd het plots toegelaten om mythes te doorprikken. Maar wat volgde was soms eerder een opmars van cynisme (cf. Shrek als digitale pletwals op sprookjes) dan een interesse wat achter een façade kan schuilgaan. Was het niet ‘Look closer’ dat iemand u nog trachtte te vertellen in American Beauty?
Maar Alan Ball is een man van zijn woord: in SFU wòrdt u een kijkje aangeboden in de ziel van de personages en daar ruikt het niet altijd lentefris. Het is die -niet altijd makkelijk te tonen- eerlijkheid die maakt dat bepaalde zaken niet onder de tafel geveegd worden met een suburbia smile, een les moraal, een happy end. En dan is het misschien (zie de extra’s bij serie vijf) geen toeval dat kijkers die zèlf in een rouwproces zitten, troost halen uit de serie, ondanks –en vaak dankzij- de expliciete plaats die gruwelijke beelden en pijnlijke confrontaties krijgen. Een echte Amerikaan zou zeggen: `they put it out there`.
Een groot verschil met een serie als Desperate Housewives, waar ook een zekere eerlijkheid wordt geboden (‘wat schuilt toch achter die white picket fences in de suburbs?’), is de benadering van de personages. In SFU is het geen uitzondering dat een personage op zijn eentje in een scène staat en daarmee een naakte positie inneemt die vaak de grootste waarachtigheid uitademt; Desperate Housewives moet het meer hebben van de hypocrisie die de personages vertonen in geinige interacties.
En het zijn de personages die het maken in SFU: ronde personages die u niet altijd begrijpt of volgt, maar die wèl ademen - net zoals u wel eens doet. U kunt wel huilen wanneer in Party of Five (weet u nog, die traanserie met Neve Campbell over vijf ouderloze kinderen) Baileys relatie op de klippen loopt, maar dat wil niet zeggen dat u daarmee dichter bij een waarheid of een gevoel van Bailey komt.
En het is deze –in Hollywood vast moeilijk te ontlopen- valkuil die de makers weten te vermijden: het verhaal en de personages lijken een eigen beloop te gaan, eerder dan functie te zijn van een team schrijvers met een opdracht. Het is niet omdat zoon David in aflevering 15 iets ergs meemaakt, dat zijn kans om iets ergs mee te maken in aflevering 16 daarmee daalt. In een serie als Party of Five zien we duidelijker een door fictie gemonopoliseerde logica: wanneer Charlie geneest van kanker, ontwikkelt Bailey vanaf de volgende aflevering een alcoholprobleem. Deze plotwending is wel passend voor een algemene dramatiek, maar kan tevens de kijker op afstand houden van de gecreëerde realiteit en het personage.
En dat is misschien een van de redenen waarom SFU steeds beter lijkt te worden: de personages kruipen stil maar zeker onder je huid.
Het einde van Six Feet Under is daarmee misschien een van de betere bewijzen voor de boodschap erin: alles van waarde heeft een einde.
`This is the end, my friend`
