The 11th Hour

20 05 2008

11thhour-poster-400.jpg

Sinds An Inconvenient Truth ziet de wereld er een beetje anders uit: je ziet autoreclames met milieuvriendelijkheid als argument, in de winkel moet je betalen voor een plastic zakje en je voelt een constante steek van schuld wanneer je iets anders dan een spaarlamp inschroeft. Nobelprijswinnaar Al Gore mag dan wel zijn ideeën over de milieucrisis wereldwijd verspreid hebben, er is nog heel wat werk aan de winkel.
Want, zo laat Leonardo DiCaprio in The 11th Hour weten, het probleem is uiteindelijk niet de berg afval of de benzinezuipers op de baan, maar de denkwijze van de mens.

Velen hebben vast gelijkaardige gevoelens na documentaires over de scheve dingen in de wereld: een overdaad aan schuldgevoel en tegelijk een vreselijk gevoel van wanhoop. “Ik moet iets doen”, denk je, “maar nooit zal ik het niet zelf kunnen oplossen”, zeg je, en uiteindelijk beweeg je amper een vinger. Het is een dubbelheid die spreekt, een ambiguïteit zonder oplossing.
En dat is niet te verwonderen. De mens krijgt immers een dubbele rol toebedeeld in het verhaal, die van dader en slachtoffer tegelijk. We worden verteld dat onze arrogante houding tegenover de natuur alle zuiverende systemen kapot maakt, maar dat deze houding tegelijk in de menselijke natuur ligt. “De orkanen van de laatste jaren zijn nog maar het begin”, voorspelt een deskundige.

En die paradoxale rol zorgt voor een knaging, een ongemak. Wij zijn daders met inactiviteit als moordwapen en slachtoffers van een probleem dat het individu overstijgt. De menselijke natuur maakt ons wie we zijn, technologisch evoluerend en wetenschappelijk onderlegd, maar bevat ook het zaad van onze ondergang. Niet één persoon of één groep is de dader, maar een collectieve attitude nekt ons. Daardoor wankelt de vingerwijzing tussen de ander en onszelf. En geen van de twee is helemaal correct.
Uiteindelijk heeft ook The 11th Hour een ambigu karakter: enerzijds wil het hoopvol overkomen (‘Het is nog niet te laat!’), anderzijds is de boodschap onmiskenbaar morbide (’De mens is maar een voetnoot in de geschiedenis en ons einde is nakend.’). Deze documentaire is inhoudelijk een horrorfilm, met de mens als monster en slachtoffer, de natuur als wraaknemende instantie en piekende grafieken als sporadische schrikeffecten. Maar de eindconclusie is griezeliger dan alle horrorfilms samen: misschien is de aarde beter af zónder ons.

Dit soort documentaires worden geïnitieerd vanuit een menslievendheid, maar monden vaak uit in een overweldigende boodschap over de omvang van de menselijke destructiviteit. Zoals een van de deskundigen stelt: “De gezaghebbers hebben de middelen om milieuvriendelijk te handelen, maar passen die gewoon niet toe”.
Die destructiviteit zit ook vaak verhuld in veelvoorkomende reacties van de kijker, namelijk apathie of goedpraterij. Uiteindelijk kan echter niemand om de boodschap heen dat er iets niet klopt: ofwel slaan de angstaanjagende cijfers nergens op, ofwel wordt een dezer dagen een duurzame brandstof toegepast, ofwel bezoekt de mensheid weldra zijn eigen begrafenis. En als The 11th Hour ons iets wil bijbrengen, is het wel dat er verregaande maatregelen getroffen moeten worden om dat laatste nog te voorkomen. Of we nog op tijd losraken van onze eigen natuur om onze eigen soort te redden, is echter nog helemaal niet zeker.



Darwin’s Nightmare

13 03 2006

darwin_05.jpg

De documentaire Darwin’s Nightmare valt minder te beschouwen als een film, dan wel als een stuk informatie; een stuk informatie van erg groot belang echter.

Het thema? De miserie in de wereld. Na deze film zucht je even en zeg je tegen jezelf -met nodig gevoel voor understatement- ‘het gaat toch eigenlijk allemaal niet zo goed’.

Vele jaren geleden zette een wetenschapper de nijlbaars in het Victoriameer en schreef daarmee geschiedenis. De vis at alle andere op en daarmee veranderde het eco-systeem op drastische manier. Het voordeel? De vis brengt geld op als exportproduct: ‘het is goed voor de economie’ zoals de directeur van het visverwerkingsbedrijf ons tracht te zeggen.

Deze film is het verhaal van een dorp in Tanzania waar de vis gevangen, verwerkt en geëxporteerd wordt.
Documentairemaker Hubert Sauper lijkt zich als een onzichtbaar oog genesteld te hebben in de verschillende buurten en onder de verschillende mensen in het dorp. Daarmee kan hij op scherpe manier de reeds boven vermelde miserie vatten: de prostitués die de vissers enig plezier en soms enig virus bezorgen, de kinderen die de visverpakkingen smelten om het dan als lijm op te snuiven, de bewaker van het centrum voor wetenschappelijk onderzoek wiens voorganger ‘in mootjes werd gehakt’, zoals hij zelf levendig uitbeeldt.

En daar stopt het niet: het geheel van de film laat weinig optimisme toe (zelfs het beeld van typisch bezield Afrikaans zingen blijkt voor een begrafenis te zijn). Wanneer naar het einde toe de militaire motieven nog eens komen bovendrijven, is het absurde verhaal, dat als fictieverhaal vermoedelijk nooit zou verkopen, compleet.
Het nadeel van documentaires die het absurd verderf in de wereld trachten te tonen, is dat het meestal geen ingang vindt onder het volk. Deze documentaire uit 2004 lijkt een van de weinige uitzonderingen te zijn: het vond een distributeur, is ondertussen in sommige videotheken te verkrijgen en won onlangs de Oscar voor beste documentaire. Een ander nadeel is dat een in-your-face documentaire snel vergeten wordt bij de kijker.

 2006-08-06t13_38_07-07_00.jpg

Deze documentaire is er inderdaad ene die de reactie opwekt om na het kijken iets vertrouwds te doen. Het is geen makkelijke film om te bekijken; ongeveer elk moment heb je zin om de stopknop hard in te duwen en naar Notting Hill te kijken.

Hoe komt dit nu? De manier waarop het zijn boodschap wil verkondigen (‘geen Westerse winst zonder Afrikaans verlies’) gebeurt op een vrij verlammende manier. Het wekt een soort hulpeloosheid op, daar waar een film als Fahrenheit 9/11 eerder woede uitlokt. En woede kan constructief aanvoelen: ‘hoe kàn dit nu gebeuren en wàt kunnen we eraan doen?’. Fahrenheit 9/11 mag dan wel woede uitlokken; woede naar 1 persoon toe mist enige nuance en gevoel voor complexiteit. Het zoeken naar een schuldige om daarna kwaad op te zijn, is niet de bedoeling van Darwin’s Nightmare. Het lijkt je vooral te doen aanvoelen dat het slechter gaat in de wereld dan je denkt.

Het gevoel totaal geen controle te hebben over een vreselijke situatie is een gemeenschappelijke vijand van alle mensen. We zien het ìn de film (dat de mensen de visresten verwerken tot voedsel voor zichzelf, lijkt te zeggen ‘kijk, we doen er toch iets mee’), maar als passieve kijker tracht je het vooral te vergeten.

Hopelijk heeft de film toch een gelijkaardig, maar tegengesteld effect als het plaatsen van de nijlbaars in het victoriameer: een verspreiding, een verspreiding van een boodschap, die het eco(nomisch)-systeem op lange termijn misschien verandert.