Aanrijding in Moscou

6 02 2008

dyn005_original_1500_1000_pjpeg_2607002_92dcd416c99c4552f2c07623a1cc7ab3.jpg 

Het gaat goed met de Vlaamse film, zegt men. Zoals men het betaamt, heeft men zelden ongelijk. We kregen in 2007 internationale aandacht (Ben X), kassuccessen (Vermist) en een ongewoon goede film (Dagen Zonder Lief). We kregen een vinger, maar dit jaar grijpen we een arm. De hongerige Vlaming wordt in 2008 maar liefst vijftien nieuwe films van eigen bodem beloofd. Na Small Gods is er nu Aanrijding in Moscou. En kijk, het is opnieuw een fantastisch exemplaar.
Het mooie aan een nationale cinema is de mogelijkheid om een eigen cultuur op te bouwen en uit te stralen. Het is een schijnbare evidentie, die soms verloren dreigt te gaan onder films die meer weg hebben van Hollywood dan van wat anders, films als De Zaak Alzheimer en Vermist, waarbij de liefde voor de Amerikaanse genrefilm die voor het Vlaamse land verdringt. Maar dan komt ook een film als Aanrijding in Moscou, die bewijst dat Vlaanderen nog niet verdrongen is.

Alles begint met Barbara Sarafian. Het vermoeide, afgeleefde, triestige gezicht van de fantastische Barbara Sarafian, terwijl ze inkopen doet in de Colruyt (waar anders). Om haar zware leven nog eventjes erger te maken, rijdt ze op de parking tegen de vrachtwagen van camioneur Johnny (wie anders) aan. De blikschade is de katalysator van een bizarre romance. Een romance die je enkel op plaatsen vindt waar men bloedworst eet en pinten drinkt. Ja, dit is Vlaanderen. En specifieker, dit is Gent. De Gentse wijk Ledeberg is namelijk het decor voor de relatie die nooit perfect is, nooit allesoverheersend of los van praktische zaken, maar die een gloed van ware schoonheid voortbrengt.

Maar schoonheid brengt schoonheidsfoutjes met zich mee: de iets te lange duur, de voorspelbaarheid van sommige plotwendingen en de muziek met een ongepast hoog Amélie Poulain-gehalte vallen op. Maar met Aanrijding in Moscou is het zoals met de liefde: we vergeven de foutjes even snel als we ze opmerkten. Geen wonder dat Gent een hoofdrol speelt: net als de film is het kleiner en gevoeliger dan het zware geschut, maar onweerstaanbaar mooi.

-> zie www.kutsite.com



Addams Family Values

13 11 2007

shot011.jpg

Een bleek, zwart gekleed meisje staat toe te kijken hoe een overijverig blond meisje de rol van drenkeling in een EHBO-demonstratie speelt. ‘I can’t swim’, zegt ze apathisch net wanneer het wicht kopje onder gaat. In het vervolg op The Addams Family is onze favoriete morbide familie terug. Meer nog, er is een lid bij gekomen. Op het einde van de vorige film werd een baby aangekondigd en die is het vertrekpunt van deze film.  

Niet iedereen is blij met de aanwinst. Dochter Wednesday en zoon Pugsley trachten zo creatief mogelijk hun nieuwe broertje een kopje kleiner te maken – letterlijk. Hun ouders Gomez en Morticia grijpen na enkele mislukte moordpogingen in en huren het kindermeisje Debbie in. Wanneer zij het Addams-huis binnenstapt, is Uncle Fester op slag verliefd. Debbie heeft echter een geheime agenda. Achter haar brede glimlach is ze the black widow, een vrouw die rijke mannen in haar web strikt en hen na het huwelijk vermoordt. Wanneer Wednesday dit plan in de mot heeft, stuurt Debbie Pugsley en haar naar summer camp Chippewa. (‘What does chippewa mean? - It’s an old Indian word. It means orphan.’) Summer camp blijkt een nogal rechtse bedoening, vol blonde, blanke Hitler Jügend-achtigen, aangevoerd door het all-American, breedlachende koppel Gary en Becky. Een Amerikaanse traditie waarin vooral het nationale trotsgevoel aangewakkerd wordt, eerder dan de onderlinge verschillen aanvaard. Maar wanneer tijdens het afsluitende toneel de geschiedenis achter Thanksgiving herschreven wordt in de kleuren van the Star Spangled Banner, grijpen de outcasts van het kamp in. 

Daarom is Addams Family Values, een film uit 1993, in deze tijden van Americana-bashing ontzettend genietbaar. Racisme en discriminatie worden onrechtstreeks, maar des te harder aangeklaagd (‘Indians… huh, ‘nuff said’), en ook de happy family ontsnapt niet aan een cynische onderwerping (‘I hope someday you know the indescribable joy of having children, and of paying someone else to raise them.’). Bovenal is de film bijzonder grappig (‘BambiLassie Come HomeThe Little Mermaid. – Stop it. He’s only a child.’) en tussen de fantastische acteurs knettert de chemistry als Nieuwjaarsvuurwerk. Addams Family Values is de creatie van een hilarisch stuk realiteit, waarin geweld een logische oplossing is en donkere romantiek de mooiste.



Entourage

30 05 2007

hbo-entourage.jpg

Je bent een ster. Nee, echt, je bent een ster. Alles wat je doet is fantastisch. Iedereen houdt van je. Iedereen houdt echt van je. Wil je nog iets? Een koekje met geraspte nootjes? Een luxejacht? 

Het leven in de gouden kooi van de idolatrie moet niet meevallen: je mag dan wel koekjes gevoederd worden, op den duur krijg je niets anders dan zoete kots over je heen. Vincent Chase is de nieuwe boy happening in Hollywood: na een rol in de cultfilm Head On wordt hij door de schreeuwende massa naar de gouden bergen van Amerika’s westkust gebracht. En of de lage concentratie zuurstof je op de top gek maakt, zien we in de serie Entourage, een product van kwaliteitszender HBO, dat sinds 2004 de afscheidingspijnen van praalwagens Six Feet Under, Sex and the City en The Sopranos moet helpen verzachten. 

Maar als u Vincent Chase niet kent, dan wel misschien Mark Wahlberg. Het was hij die het idee had om achter de schermen te stappen van een wereld die onze schermen vult dag in dag uit. Het resultaat is een vrij waarheidsgetrouwe registratie van Wahlbergs ervaringen…naar het schijnt (de zon schijnt). Entourage draait rond de nieuwe levensstijl van nieuwe ster Vincent en zijn omringende makkers (de rapper in ons zegt: ‘zijn homies’). Of hoe de doodgewone vraag wat je ’s middags zou eten kan verglijden naar de vraag of je nu wel degelijk klaar bent voor een rol in een blockbuster. Het is slechts mindere goden gegund. 

Het probleem met Entourage is dat de inhoud zijn vorm beïnvloedt en uiteindelijk opslokt: het wil een oppervlakkig wereldje tonen, maar wordt zelf blind voor diepere gronden en onderhuidse wonden. Het grootste probleem zijn de personages: makkers E en Turtle en broer Drama – de namen alleen al schreeuwen opnieuw een vies rapperstaaltje uit – zijn immers gemaakt uit de slappe decorstukken waar de serie net op wil hameren. Spijtig is de simplistische manier waarop Turtle steeds wil consumeren, vrouwen versieren en joints roken en Drama wanhopig erkend wil worden als acteur. Zelfs hoofdpersonage Vincent blijft een onbestemd personage zonder vlees: wat hij voelt onder de lawine van deals, hazelnootkoekjes en puntige one-liners blijft een ongestelde vraag. Gelukkig is er nog de hilarisch brute manager Ari, who puts the vicious in delicious 

Onevenwichtig, zo voelt Entourage aan. Het is confronterend, maar nooit doordringend; het is visueel entertainend (mooie mensen en felle kleurtjes waaw!), maar nooit esthetisch; het is slim, maar verstrooid geschreven.  Gelukkig blijft u een ster. U bent een STER.



Blades of Glory

18 05 2007

 

bladesofglory.gif

 

Will Ferrell is terug (rechts op foto)! Sommigen steken het hoofd onder het deken (niet doen de zon schijnt), anderen halen hun best getrainde lachspieren boven.Will Ferrell werd geïntroduceerd in Hollywood, zoals wel veel komische acteurs (Bill Murray, Ben Stiller, Adam Sandler…), via de Amerikaanse reeks Saturday Night Live. In deze nog steeds lopende, razend populaire show worden wekelijks sketches opgevoerd rond een centrale komiek. Will Ferrell onderscheidt zich echter van de meeste komieken door zijn bijzondere acteertalent. Hij werd niet per toeval gevraagd door Woody Allen in diens Melinda & Melinda, en treedt weldra aan in het naar het schijnt fantastische Stranger than Fiction (dat om onverklaarbare redenen onmiddellijk op dvd zal uitkomen). 

Maar ook in komedies pur sang, zoals deze Blades of Glory, is het een en het ander te zeggen over Ferrells acteerprestaties. In tegenstelling tot andere leden van de Frat Pack (het groepje komische acteurs waar Ferrell vaak mee samenwerkt: Ben Stiller, broertjes Owen en Luke Wilson, Vince Vaughn…), speelt Ferrell ook zijn komische rollen met hevige sérieux. De overdramatisering die hij in zijn personages legt heeft tot gevolg dat de humor meer uit zijn personages zélf komt dan uit situaties waarin ze terechtkomen. Vergelijk het met Ben Stiller in Meet the Parents: we lachen omwille van de pijnlijke positie van Stillers personage (Gaylord Focker jawel) tegenover zijn schoonfamilie en minder omwille van het personage zélf. Er is inderdaad een verschil: het is niet omdat we lachen bij Gaylords onopzettelijke brandstiching dat we daarom het personage op zich grappig vinden.Will Ferrell, zoals in eerdere komische hoogtepunten Elf, Anchorman of het recente Talladega Nights, doet het anders: de humor lijkt rechtstreeks uit Ferrell’s gezicht te komen, uit zijn intonaties en zijn onwetenheid (Ferrell in Elf over zijn werkplaats: ‘It’s just like Santa’s workshop! Except it smells like mushrooms… and everyone looks like they wanna hurt me…’), uit zijn absurd dramatische reacties en uit zijn botheid (in Blades of Glory: ‘Nancy Kerrigan. You an official here? Cause you’ve officially given me a boner!’). Het lijkt wel alsof Ferrell situatiehumor, die de standaard is geworden in de populaire komedie, vervangt door personagehumor, waarbij hij een bizarre psychologie op hilarische manier tentoonspreidt. 

In Blades of Glory zien we echter een god in een mindere dag, of eerder: een god in een mindere hemel. Ferrell staat immers op scherp (‘I see you still look like a fifteen year old girl, but not hot’), maar het verhaaltje gaat te strak vooruit om Ferrell tot het uiterste te zien gaan. Aan het idee ligt het alvast niet: twee ex-legendarische kunstschaatslegendes (!), de puppy Jimmy (John Heder onder een blond eighties german disco kapsel) en de cowboy Chazz (Ferrell), vormen een duoteam, in de hoop hun eerdere succes opnieuw te kunnen bereiken via het sportonderdeel koppelschaatsen. Dat is echter buiten de messcherpe concurrentiestrijd van broer en zus Van Waldenberg (Amy Poehler is heerlijk als heks) gerekend. Wanneer Jimmy dan nog eens verliefd wordt op het lieflijke zusje van het Van Waldenberg-team en een Romeo and Juliet-motief in de film komt geslopen, raakt het verhaal overladen en wordt Ferrell op het achterplan gedrongen. Alsof je een bord kaviaar zou overgieten met vinaigrette.

Maar klagen mogen we niet: deze komedie is stukken beter dan de gemiddelde Hollywood smile-jerker, al blijft kaviaar het beste zonder vinaigrette.

 

(voor de liefhebbers: http://www.willferrell.org/)



Little Miss Sunshine

2 04 2007

102079_lms.jpg

Herinnert u zich nog uw tranen toen Jack in Titanic naar de bodem zakte en Rose in het koude water achterbleef (‘I’ll never let go, Jack’)? Enkelen bleven ongevoelig voor ‘diene film over diene boot’, anderen werden meegesleept door boot én film. Maar waarom worden we eigenlijk emotioneel op zo’n moment?
Vermoedelijk omdat het ons kan schelen wat gebeurt met de personages, omdat we niet meer onverschillig kunnen staan tegenover de mensen die we even daarvoor leerden kennen, omdat we iets van onszelf in hen zien. Dat ze helemaal niet echt bestaan, lijkt ons niet echt te kunnen tegenhouden.

In een film als Little Miss Sunshine zal u zich zéker herkennen in een van de personages. Ziehier de mogelijkheden: de levensmoeë oom met liefdesverdriet, het naïeve en vrolijke dochtertje, de stilzwijgende en pseudo-haatdragende puberzoon, de gekke en overeerlijke grootvader, de iets té breed lachende vader en de moeder die deze in toom tracht te houden. Het zestal gaat richting California, in de hoop dochtertje Olive (een schattige Abigail Breslin) op tijd in de missverkiezing voor kinderen (‘Little Miss Sunshine’) te loodsen. En uiteraard gaat de lange rit van de gezinsleden in het gammel geel busje gepaard met een confrontatie van elkaars kleine kantjes.

Deze film pakte in de oscaruitreiking vorige week niet enkel de Oscar voor beste mannelijke bijrol (Alan Arkin als opa), maar ook die voor beste scenario. Little Miss Sunshine profileerde zich als een film met een scherp randje, als “alternatief”: een drugverslaafde opa, een suïcidale homoseksuele oom en een missverkiezing voor kinderen zijn cutting edge, vindt u ook niet? Maar helaas. Daar stopt het. Het verloop van deze personages is zó cliché dat alle gewaagde keuzes van de filmmakers plotseling hypocriet overkomen. Ze beloven een portie anarchie, maar je krijgt een onverwachts zoete moraal op je bord. En misschien moet ook u dan een beetje overgeven: ‘de personages mogen dan wel disfunctioneel zijn, in the end zijn hun bedoelingen goed, mooi en zuiver’. De Amerikaanse gedachte van het gezin als hoeksteen van de maatschappij is (opnieuw) geboren.

Maar misschien is het zo bij elke film: we worden gedwongen onszelf te zien in de helden met de goede intenties, die zich afzetten van de slechteriken met de slechte intenties. In Titanic waren er Cal en de moeder van Rose die het dartelende koppel uit elkaar trachtten te houden. ‘Laat die twee toch verliefd zijn’ supporterden wij als kijker in koor. Het was niet makkelijk fan te zijn van Cal, of hoorde u iemand fluisteren ‘komaan Rose, kies toch voor de man die je onderdrukt’?!

334231237_4e49d8f047.jpg

Ook in Little Miss Sunshine vindt u een tegenwerkende kracht: een zure vrouw (u herkent Beth Grant in een gelijkaardige rol als in Donnie Darko) die het dochtertje tracht tegen te houden deel te nemen aan de schoonheidswedstrijd. En het gevolg? Het gezin krijgt een gemeenschappelijke vijand, groeit dichter naar elkaar toe en kan zijn “goedheid” profileren tegenover haar “slechtheid”. En plots is Little Miss Sunshine een schaamteloze feel-good-film geworden: alle “disfunctionaliteit” van in het begin was eigenlijk een onderdrukking van goedheid. A-ha!

Maar dat wil niet zeggen dat cynisme een beter alternatief is. Op zich is een les als ‘ook al doen ze vervelend tegen elkaar, diep vanbinnen zien ze elkaar eigenlijk graag’ een mooie gedachte. Het spijtige van deze film is zijn ambiguïteit: de evolutie van expliciet screwed-up gezinsleden naar vrolijkheid, groepsgevoel en jawel… gedans. Doet u mee?