Episode 3: Enjoy Poverty

27 05 2009

enjoy-poverty-kfda_crenzomartens.jpg

‘Armoede is een handelsproduct’. Met die stelling in het achterhoofd trok regisseur Renzo Martens naar Kongo. De in Brussel gevestigde Nederlander bezocht er verschillende dorpen, kampen en ziekenhuizen, pootte er de neon-verlichte slogan ‘Enjoy Poverty’ neer en kwam terug met een gelijknamige documentaire. In het Afrikaanse land praatte hij met de lokale inwoners, maar ook met Westerse artsen, fotografen en goudzoekers. Martens onderzoekt in welke mate er een internationale vraag is naar armoede en welke winst eruit gehaald kan worden – zoals het opduiken van het logo van Unicef op de plastic tenten, de dollars die foto’s van stervende kindjes opleveren, de exploitatie van welwillende arbeiders in het opgraven van goud.

Martens speelt in het proces allesbehalve een fly on the wall. Hij is geen onzichtbare observator, maar hij interageert en manipuleert en expliciteert zijn eigen inbreng. Martens voert geen vraag-gestuurde gesprekken met de Kongolezen, maar werpt hen stellingen voor de voeten als ‘Jullie moeten de eigen grondstoffen zelf beheren’, ‘Niets zal voor jou veranderen de komende tien jaar’ en ‘Aanvaard de armoede en wees gelukkig’. Het klinkt allemaal bijzonder arrogant en brutaal – en dat is het misschien ook – maar Martens lijkt er geen zelfgenoegzaamheid uit te halen. Ze zijn geen manipulaties om Martens’ stelling te dienen – cfr. Michael Moore –, maar lijken eerder het doel te hebben het publiek te verwarren en beroeren en zelf nuances te laten vinden. Er zit geen genot of perversie in zijn methode, maar een functie van vuilspeler, en meer dan een functie lijkt het niet. Zoals Martens in een interview stelde, speelt hij een soort personage, dat er niet om mee te werken of toe te kijken, maar om een proces in gang te zetten en dat te tonen als kunstwerk.

Het maakt van Episode 3: Enjoy Poverty alvast een gemakkelijke kijkervaring. Enerzijds kan Martens niet om het tonen van armoede heen (en exploiteert hij die ook enigzins), anderzijds toont hij vanuit een meta-standpunt hoe die armoede, hoe vreemd het ook klinkt, een noodzakelijk onderdeel van een economie is. Niemand komt onschuldig uit de reportage en de regisseur allerminst (’Ik heb altijd al een hang naar ijdelheid gehad’). Deze unieke vorm van filmmaken, een soort parodie op de documentaire, levert echter wel een zeldzame, maar welkome transparantie en eerlijkheid op.



The Day The Earth Stood Still

11 12 2008

thedaytheearthstoodstillpic12.jpg

Dat 9/11 een impact heeft op de Amerikaanse cinema, was met films als War of the Worlds en Cloverfield al duidelijk. Met The Day The Earth Stood Still wordt die trend verdergezet en is New York opnieuw het slachtoffer van een alien attack. De alien is in dit geval een gigantische lichtgevende bol die recht in Central Park landt. De overheid roept een groep van wetenschappers samen om het vreemde fenomeen te onderzoeken. Vertoont de bol teken van intelligent leven? Gaat het om een aanval of een vriendelijk bezoek? En dan wordt een man (Keanu Reeves) uit de bol geboren, die de vragen stukje bij beetje beantwoordt.
We volgen het spektakel door de ogen van Helen Benson (Jennifer Connelly), wetenschapper en stiefmoeder van de jonge Jacob. Ze is ervan overtuigd dat de buitenaardse bol en Keanu onderzocht moeten worden voor een respons van geweld moet komen. Daar wil de officier van defensie (Kathy Bates) aanvankelijk niks van horen. Ze laat het leger een abrupte oorlog starten.

Het eerste deel van The Day The Earth Stood Still, een remake van de naar het schijnt fantastische gelijknamige film uit 1951, is meeslepend: de landing van de mysterieuze bol, het eerste contact met de wetenschappers, de keuze tussen een vredevol en een gewelddadig antwoord. Tussen de regels door worden vragen gesteld over de natuur van de mens. Zijn wij als ras destructief? En zo ja, verdienen wij dan wel leven op aarde? Als oorlog ons eerste antwoord is op iets onbekend, staan we dan uiteindelijk niet in voor onze eigen uitroeiing?
Maar The Day The Earth Stood Still blijkt dan toch de Hollywoodziekte in zich te dragen. Rond de helft gaat de subtiliteit immers verloren. De kijker wordt geen vragen meer gesteld, maar antwoorden ingeramd. De moraal begint steeds meer te lijken op het geweld van het Amerikaanse leger tegen de bollen: ongevraagd, onnodig en bruut.

Het is geen toeval dat de kwaliteit tuimelt met de intrede van Keanu Reeves. De acteur tracht een buitenaards wezen te vertolken met een rustige dreiging en een afgestreken gelaat, maar stokt ergens tussen Neo-cool en zero dreiging.
Jennifer Connelly is goed als altijd, maar zoals altijd om dezelfde reden, namelijk haar bedaarde blik waar steeds tranen in verschuilen en een zachte, maar kordate stem. Toch gaat haar vertolking op bepaalde momenten gebukt onder de bruutheid van het scenario (”We can change. People can change”). Daarnaast ruiken de momenten met haar bijzonder irritant zoontje, een filmkindje (nvdr: een personage dat geen uitstaans heeft met een echt kind, maar er is om de plot vooruit te helpen) naar sletterig sentiment.

Ergens is een film als The Day The Earth Stood Still een bijzonder grote zonde, omdat de boodschap onmiskenbaar positief is, maar zo nadrukkelijk gebracht wordt dat hij weer weerstand oproept. Misschien is het menselijke ras dan toch wel destructief om zoiets moois af te breken.

-> zie www.kutsite.com



Hunger

17 11 2008

hunger.jpg

Hunger is de eerste langspeelfilm van videokunstenaar Steve McQueen, waarmee hij op het Filmfestival van Cannes de Camera d’Or voor beste debuut won. Het verhaal is gebaseerd op de waargebeurde omstandigheden waarin de IRA-leden in de jaren ’80, onder het bewind van Margaret Tatcher, leefden: gevangengezet en behandeld als honden, politiek statuut geweigerd. Ze werden moordenaars genoemd en hun politieke beweegredenen werden niet erkend. Dit leidde tot tal van hongerstakingen.

McQueen start zijn verhaal met een man. Hij staat op, kleedt zich aan, ontbijt, neemt afscheid van zijn vrouw en gaat naar zijn werk. Zijn verhaal lijkt gestopt. Op zijn werkplaats, de gevangenis, start een ander verhaal. Een jongeman wordt binnengebracht en naar zijn cel gebracht. De muren van het hol zijn besmeurd met de kak van zijn celgenoot, in de hoek liggen etensresten met maden en een ruw deken vormt zijn bed. En dan stopt ook zijn verhaal en starten de stappen naar de dood. De hongerstaking van Bobby Sands.

McQueen bewijst al vanaf de allereerste sequentie over een bijzonder oog te beschikken. Via vaste kaders, close-ups van handelingen en afwisseling in scherpstellingen schept hij rustig begin, dat hij al gauw verbreekt met brute scènes in de gevangenis. Hij bouwt zijn verhaal niet rond een opstand tegen de perverse cipiers, maar rond de principestrijd van de gevangenen. Die klagen op geen enkel moment hun beulen aan, want daar draait hun woede niet rond. Ze richten zich tot de hogere gezagsvoerders en trachten een constructieve oorlog te voeren, met een uitgezuiverd einddoel. Op allerlei manieren, van geïmproviseerde vergaderingen tot het binnensmokkelen van radio’s, blijft de vechtlust in hen aanwezig.
Hunger toont daarmee iets wat vaak lijkt te ontbreken in de hedendaagse maatschappij: principes en de wil alles op te geven voor hen. De veelgestelde morele vraag of die attitude tot goede, dan wel slechte daden leidt, laat hij onbeantwoord. Kijkers die het IRA als een bende wilde moordenaars ziet, krijgen een nieuw perspectief aangeboden, zonder uitgelokt te worden.

bfhunger.jpg

McQueen vertelt zijn verhaal met beelden, die, ondanks hun esthetische waarde, vaak heel hard zijn. Het geweld is echter niet gratuit, maar een getuigenis en een klacht waarin onrechtvaardigheid zit, maar vooral menselijke vechtlust.
In het midden van de film zet hij zijn visuele middelen plots op pauze en laat hij de camera gedurende zeventien minuten stilstaan op een gesprek tussen Bobby Sands en een priester. In hun discussie wordt de vraag gesteld of de keuze voor dood ook leven in zich kan dragen, de hoop op verandering.
Het is de inleiding op het laatste deel: de hongerstaking van Bobby. Die wordt opnieuw heel visueel verteld, met een indrukwekkende fysieke aftakeling van acteur Michael Fassbender, die duidelijk dieetlessen heeft gevolgd bij Christian Bale (The Machinist). In de meest treffende scène vliegt de camera over Bobby Sands als was hij aasgier op zoek naar voedsel: observerend en naderend, net niet pikkend op Bobby’s tengere lichaam.

Hunger mag dan wel een controversiële film genoemd worden, het is vooral een belangrijke film, een die de partij laat spreken die niet gehoord werd, en een sterke film, die het verhaal op een passende manier vertelt. Wij kijken met meer dan anticipatie uit naar Steve McQueens volgende.

-> zie www.kutsite.com



The Dark Knight

6 08 2008

the_dark_knight_heath_ledger_2008.jpg 

Om drie uur ging de wekker. Voor mij hingen lusteloze tenen en rond mij lag het vuilnis van de dag daarvoor. Een schoen en twee kousen, de fles water waar ik moedig aan begonnen was, het vettige aluminium van de pita shoarma.
De binnenkant van mijn hoofd was volgekleefd met flarden – scheuren van afbeeldingen en stukken muziek, afbladderend door de giftige lucht errond. Sommige stukken waren verdwenen en voorgoed gewist. Ik kon slechts hopen dat de belangrijkste stukken overbleven.
Niets leek me te kunnen redden van het gevoel in de onderbuik van het heelal beland te zijn na de wereld te hebben getrotseerd. Het lege van een zondag, de anticipatie van een maandag.

En daar, op het einde van de wereld en op de rand van de hel, vond ik het antwoord.
“Kom, we gaan naar de cinema”

Het was een eenvoudig idee dat desalniettemin onmogelijk leek door het hardnekkige gevoel geen poot te kunnen verzetten. Om vijf uur, na anderhalf uur wikken en wegen, nam ik de finale beslissing.
“Kom, we gaan naar de cinema”

We wandelden op de warme straatstenen met een hoofd vol scheuren. De straat was bevolkt met soortgenoten – mensen die tussen dronkenschap en een kater bengelden, jongeren die niet wisten of ze moesten lachen of huilen, zingen of fluisteren, feesten of slapen.
Wij stapten trots, want wij wisten waar we heen gingen. The Dark Knight deed echter meer dan de ontspanning die we verlangden; twee en een half uur lang werden we geconfronteerd met de betekenis van cinema. Hij dient om verstomming te verslaan met grotere verstomming, flarden te overschilderen, maandagen te doen vergeten.

Tussen 1989 en 2005 was Batman nog de stoere stripfiguur uit vier fantastische films, vanaf Batman Begins werd hij een donker figuur in een tragische wereld, een tragisch figuur in een donkere wereld, een man met een zwart pak, maar naakt daaronder.
In The Dark Knight wordt Gotham City bedreigd door The Joker, een pervert die zijn invloed laat gelden door willekeur en irrationaliteit. Zijn daden lijken geen beweegreden te hebben, The Joker wordt niet gedreven door macht, geld, liefde of lust, maar heeft eerder een ongedefinieerd genot voor menselijk lijden en wreedheid. Hij is een ronddwalend gas, een onzichtbare oppermacht, die de film een rode draad van ongemak bezorgt.
The Joker lijkt daarmee dé post-9/11-angst te symboliseren, die van onveiligheid, van een een leven zonder vaste wallen of duidelijke richtlijnen, van het gevoel dat een druk op de knop de hele bevolking in een poeltje chaos kan doen veranderen. The Joker is het uitheems element dat de mens confronteert met de waanzin van zijn eigen soort en uiteindelijk met zijn eigen ondergang.

3_the-dark-knight-3-1024.jpg

En waar de plaats van een superheld in zo’n scenario is, is minder duidelijk. Batman is geen overheersende figuur die The Joker in zijn eentje aankan, maar een edelfigurant in een wereld waarin goedheid een uitzondering is en vertrouwen schaars. En misschien verdienen die schijnbaar simpele eigenschappen al de noemer van superheld.
Zo lijkt elk personage in The Dark Knight zijn weg kwijt in de wereld. Hollywoodhelden met een duidelijk doel, een potentieel overtrefbare vijand en een onverstoorbaar geloof in het goede vind je niet in deze film. Er zijn zoekende mensen, twijfelende, vechtende, hopende.

Na The Dark Knight blijkt de wereld buiten de bioscoop ook veranderd. De mooie mensen die daarnet een ontbijtkoek in de handen hadden, zijn aan het zuipen en slaan wartaal uit. Oude mannen komen uit steegjes en bieden ons drugs aan. Kleine mensen uit kleine dorpjes kijken kwaad en lopen ons onbeschaamd voor de voeten. Branden ontstaan en omstaanders blussen die met alcohol.

Die nacht kwam de stad in brand te staan. En niemand deed iets.



The Mist

26 04 2008

 

photo_05.jpg 

 

Met The Mist is het al de vierde keer dat filmmaker Frank Darabont teruggrijpt naar een boek van Stephen King. Na het onbekende The Woman in the Room, het veelgelauwerde The Shawshank Redemption en het verrassende The Green Mile, beroept Darabont zich deze keer op The Mist, een van Kings bovennatuurlijke thrillers. De ‘mist’ uit de titel verwijst naar een mysterieuze wolk die over een rustig dorpje komt getrokken; niemand weet wat het is of waarom het er is. Maar dan ontdekt een groep mensen, gevangen in een supermarkt, dat er een gevaarlijke entiteit in schuilt. Gedurende de film volgen we deze groep, bestaande uit de vader/held David, de moederfiguur Amanda, de winkelbediende Ollie, de godsdienstfanatieke Mrs. Carmody en enkele andere figuren.

Het slechte nieuws is dat de eerste helft van The Mist bijzonder saai is. Het bevat geen spectaculaire verrassingen, meer zelfs, het verhaal en de personages zijn bijzonder stereotiep. Vooral acteur Thomas Jane maakt van zijn personage David een vieze, onverstoorbare, all-American hero. Maar de volhouder wordt beloond. Vanaf de tweede helft verandert Darabont immers subtiel van koers. Het gaat hem plots helemaal niet meer om de vreemde wezens in de mist, maar om de vermiste monsters in de mens zelf. Daar ligt een primitief wezen verscholen, dat bij paniek geen rekening houdt met algemene beschaafdheid en in een staat van onzekerheid hulp zoekt bij de meest gestoorde prekers. Zo is de evolutie van Mrs. Carmody’s religieuze invloed indrukwekkend. Net zoals There Will Be Blood wordt hier een onrechtstreekse sneer gemaakt naar het godsdienstfanatisme in Amerika; het is geen toeval dat enkele scènes doen terugdenken aan de documentaire Jesus Camp.
Naar het einde toe wordt duidelijk dat Darabont, net als met The Shawshank Redemption en The Green Mile, een verhaal wil vertellen over hoop; het beklijvende einde is het ultieme hoogtepunt van zijn betoog.

The Mist is al bij al een bizarre film. Op het eerste zicht is het een spannende monster-attack-thriller, maar eigenlijk is het een studie over het menselijke gedrag in extreme omstandigheden. Darabont profileert zijn film na verloop van tijd dan ook niet meer als thriller en filmt de obligate scènes (zoals: een groepje gaat op onderzoek uit) zonder typische atmosferische muziek en suggestieve geluidseffecten. Daarom snijdt The Mist veel dieper dan een film als 30 Days Of Night, die het vooral moeten hebben van oppervlakkige thrills. Een verrassende, intelligente monsterfilm dus - nooit gedacht dat nog mee te maken.

-> zie www.kutsite.com