Milk

21 02 2009

dd_milk1597lkm.jpg

In de straten van de stad zie je wel eens een homo- of lesbiennekoppel hand in hand lopen. De reactie van de buitenwereld is hooguit een verraste blik. Maar het is niet altijd zo geweest. De verraste blik was vroeger een angstige vuist, een vuil geroep.
Hoewel holebi’s nog steeds af te rekenen hebben met discriminatie, is de algemeen heersende moraal ene van vrijheid. Die moraal is er niet zomaar gekomen.

Harvey Milk was de eerste Amerikaanse gezagsbekleder die er openlijk voor uitkwam homo te zijn. Vanuit die positie profileerde hij zich in het Amerikaanse politieke klimaat van de jaren ’70, gevuld met homohaat en jezusliefde. Zijn ideeën draaiden rond tolerantie voor minderheidsgroepen, niet enkel voor holebi’s, maar ook voor zwarten, Aziaten, senioren, gehandicapten.
Bijna per ongeluk maakte Milk politiek opmars in San Francisco, aanvankelijk in de homogemeenschap, om daarna heel de staat Californië te veroveren. Het epicentrum van zijn politieke campagnes was de uit de hand gelopen fotowinkel die hij met zijn partner Scotty opgestart had. Het werd een plek voor voorgeëngageerde homo’s, vechtend voor begrip en erkenning en brekend met het fanatieke katholicisme.

Regisseur Gus Van Sant start het verhaal van Milk (Sean Penn) in 1970 en doet het, zonder veel inspraak, eindigen in 1978, het jaar waarop Harvey’s bloeiende carrière abrupt een halt werd toegeroepen. Het begint met de vooravond van zijn 40ste verjaardag. Harvey ontmoet en versiert de jonge Scotty (James Franco) in de ondergrondse gangen van de stad. Even later, in bed, zegt hij: ‘Ik heb nog helemaal niks gedaan om trots op te zijn’.
De politieke wending in zijn leven lijkt een toevallige, niet gestuurd door machtshonger of een onderdrukt verlangen, maar door de simpele observatie dat er iets scheelt wanneer een fotowinkel geboycot wordt omwille van de seksuele voorkeur van de eigenaars. Harvey’s intenties zijn van een overwachte zuiverheid, die in deze dagen van politieke chaos meer dan aanspreken.

De film is dan ook genietbaar omwille van dat kader: de jaren ’70 waarin het, vermoedelijk vooral achteraf, duidelijk werd dat een schroef los zat in de Amerikaanse samenleving. Regisseur Van Sant, bekend van het hypnotiserende Elephant, gaat hier voor een realistische aanpak van de materie en mixt zijn beelden met documentaire-materiaal tot een vloeiend resultaat. Sean Penn is, zoals overal te lezen en te horen valt, zeer ok als halfkindse schenenschopper. In de bijrollen valt vooral Emile Hirsch op, die onlangs onder Sean Penns regie stond in Into the Wild.
Milk is niet echt opmerkelijk in uitvoering, maar vertelt een verhaal dat verteld moest worden. Geen kunstwerk, maar wel een entertainende en doorleefde geschiedenisles.



Dreamgirls

2 03 2007

ScreenHunter_294.jpg

Iemand had het ooit over de ‘oompf’ in films. Over de momenten waarop een tinteling over je armen gaat, als een koud briesje op een warme dag. Over de momenten waarop je niet hoeft na te denken, maar je overlevert aan het moment. Of: hoe je als kijker kan glimlachen zonder een grap te horen. En welke manier is beter om oompfs te brengen dan personages af en toe in een liedje te laten uitbarsten?

Dreamgirls is de nieuwste musical aan de horizon van Hollywood. En het oompf-gehalte liegt er niet om. Vrijelijk gebaseerd op de carrière van The Supremes en leadzangeres Diana Ross, is deze film eigenlijk een combinatie van musical en biopic. Typisch voor een biopic (een biografische prent dus) is een rise and fall - structuur: zo wordt Johnny Cash in Walk the Line eerst gekatapulteerd in het sterrendom (’nobody believed in me’), om dan ten prooi te vallen aan eigen succes, aan drank en drugs. Het einde van de biopic is dan ook steevast een louterend moment: de held is getekend door zijn val, maar eindigt in absolutie.

En zo gaat het ook in Dreamgirls: deze film van Bill Condon draait rond the rise and the fall van The Dreams (u ziet en hoort Jennifer Hudson, Beyoncé en Anika Noni Rose), een soul-popgroep die ontdekt wordt door amateur-manager Curtis Taylor (Jamie Foxx). Hun succes wordt steeds groter, maar tegelijk stijgen ook de spanningen binnen de groep.
Dreamgirls is, net als Chicago van enkele jaren geleden, gebaseerd op een Broadway-musical. De liedjes werden dan ook rechtstreeks overgenomen. Het opvallende is dat ook de liedjes zelf een rise and fall-parcours lijken af te leggen. Het eerste deel van de film zit vol upbeat nummertjes, maar deze worden in het tweede deel ingewisseld voor een karrenvracht ballads. Heel erg is dit allemaal niet, want de liedjes zitten vol soul. Letterlijk zelfs: ze verluchten steeds de ziel van een personage. Of wat denkt u van titels als ‘I’m somebody’, ‘I am changing’ of ‘It’s all over’: de personages zingen de emoties van zich af. En dit zorgt er ergens wel voor dat de film niet verzand in melige conversaties. Mochten zinnetjes als ‘I’m somebody’ of ‘I am changing’ gebruikt worden in een dialoog, zou dit misschien getuigen van emotionele recyclage, maar wanneer ze gezongen worden met een eigen soul, verandert de zaak wel.
Maar wees gewaarschuwd: de hoeveelheid oompf is niet miniem. De liedjes volgen elkaar in sneltempo op in deze meer dan twee uur durende film. Maar wanneer uw oren er op een goede dag klaar voor zijn, ga dan misschien eens kijken naar Dreamgirls.