Viewmaster 09
15 08 2009Het begon eigenlijk in een andere stad. De zon scheen en er was overal beton. We kwamen van ons werk. Er ging muziek door de straten en ik verdwaalde tussen de harde noten. Ik vond mijn vrienden niet en ik wist niet hoe laat het was. Er was gras en nog mensen, flessen rosé en ‘est-ce que vous avez un feu’.
Halfdronken en compleet oververmoeid nam ik de trein en overtuigde ik haar mee te gaan. Ik wist niet waarom, maar ik wist dat het een goed idee was. Soms moet je geloven. Het was volledig donker toen we toekwamen. Op de tram zat een jongen met een heerlijke geur. Toen we hem vroegen wat hij op had, lachte zijn vriendinnetje en gaf haar beugel bloot. ‘Kenzo’, zei hij.
Er hingen volts in de lucht. Het was zo een avond dat stedelingen voelen dat er wat zit aan te komen, maar niet weten wat. Het was begonnen met vuur en het zou niet eindigen. Ik nam eerst champagne, daarna mijn fiets. De kasseien moeten pijn gedaan hebben voor het meisje op de bagagedrager, maar ze zei er niets van. We reden naar de Sint-Baafssite, een oude abdij en een ruïne met muren, binnenplaatsjes, waterputten en onbetrouwbare trapjes.
Wanneer we toekomen, is het, ondanks de honderden mensen, muisstil. Ik probeer de fles champagne zo zachtjes mogelijk te openen. Op het scherm wordt La Passion de Jeanne D’Arc getoond, een film van Carl Theodor Dreyer uit 1928 en een van Lars von Triers lievelingsfilms. Hij blijkt wel wat gemeen te hebben met von Triers Gouden Hart-trilogie (The Idiots, Breaking the Waves en Dancer in the Dark): de vrouwelijke hoofdrol, de opoffering, het geloof ondanks alles, de grens tussen passie en waanzin en de uiteindelijke neergang.Er is live pianobegeleiding bij deze stomme film en die is onwaarschijnlijk mooi. We begrijpen plots waarom elke zucht opgemerkt zou worden. Niemand zucht echter, iedereen kijkt gebiologeerd naar het scherm, af en toe afdwalend naar de eeuwenoude muren waar het scherm tegen staat. Het overgrote deel van de tijd zien we Maria Falconetti’s hoofd – regisseur Dreyer filmt met uitzonderlijk veel close-ups. Falconetti speelt Jeanne D’Arc op een zeer eigenaardige, maar absoluut emotionele manier. Ze maakt opvallend weinig gebruik van mimiek, maar staart en huilt en brengt alles over met oplaaiend vuur in de ogen. We zien de passie van een vrouw voor God als iets onwaarneembaar en onverklaarbaar, maar overweldigend aanwezig, niet te ontkennen, niet te verzwijgen en uiteindelijk tot haar dood leidend. Dat maakt van La Passion de Jeanne D’Arc een zeldzame film die doet twijfelen over het bestaan van iets goddelijks. Jeanne is geen slachtoffer van de strenge katholici, die niet God, maar de duivel in haar zien, maar van haar eigen vuur. De passie legt het tekort in de geloofsleiders bloot, toont hun afstand van God en bedreigt uiteindelijk hun positie. Toch zien we ook iets anders in de ogen van de beulen. Ze benijden haar en zien hun eigen schuld in. Passie blijkt plots een logische term voor zijn twee betekenissen, die van onblusbaar vuur en van lijdensverhaal – dat brandende mensen uiteindelijk zelf zullen branden.
Het Gentse initiatief Viewmaster programmeert steevast films die een link hebben tot de locatie waar ze vertoond worden. De editie van 2007 vond plaats onder de Boekentoren, met films als The Towering Inferno, Vertigo en King Kong. Tijdens La Passion de Jeanne D’Arc zien we echter ook de invloed van de film op de locatie. Zo waait een wind in de binnenplaats wanneer Jeanne naar buiten gedragen wordt, alsof de Sint-Baafsabdij het vuur wil aanwakkeren. En vleermuizen vinden geen enkel plafond in de ruïnes en duiken voor het scherm om het akelige noodlot aan de kijker te voorspellen.
Na de film gaat de wind liggen en vliegen de vleermuizen naar Patershol. We gaan op het gras liggen om even daarna recht te springen, op elkaar te gaan staan, de handen vast te nemen en te kussen. Het vuur is op ons overgeslagen en kan enkel geblust worden met de komende dauw. We rollen en klimmen, stappen, sleuren en gaan dan weg.
In Patershol, een van Gents mooiste wijken, staat iedereen op straat, drinkend en lachend. Meer dan een uur later komen we op het einde van de straat. Daar begint de passie opnieuw. Ze is onwaarneembaar en onverklaarbaar, maar overweldigend aanwezig, niet te ontkennen, niet te verzwijgen.
Op de brandstapel werd ik verdoofd door de hitte. Ik wandelde naar waar het koud en vochtig was, ging er op een bankje zitten en wachtte op de volgende vlam.
Categories : event





