The Death of Mr Lazarescu
7 01 2009Een 62-jarige man zit in zijn appartement. Er lopen enkele katten rond. Het is er donker, rommelig en kleurloos. Het gaat niet goed met Mr Lazarescu. “Ik heb al de hele dag hoofd- en buikpijn”, zegt hij wanneer hij een ambulance belt. Wanneer die niet onmiddellijk komt, vraagt hij de buren om wat pijnstillers. “Heb je weer gedronken?”, is hun eerste reactie.
Even daarna komt een ambulancier van middelbare leeftijd naar boven. Ze onderzoekt Mr Lazarescu en oordeelt dat hij best naar het ziekenhuis gaat. “Mag ik even een sigaret in de keuken roken?”, vraagt ze nog.
De titel van de film doet de uitkomst al vermoeden. 150 minuten lang volgen we de dodentocht van Mr Lazarescu, van zijn appartement tot het eerste ziekenhuis en de ziekenhuizen die volgen. Op dezelfde avond is er immers een zwaar verkeersongeluk gebeurd en is er nergens plaats voor Mr Lazarescu – een antithese van het Bijbelse geboorteverhaal.
De ambulancier Mioara, steevast gehuld in een fel oranje veiligheidsvestje, blijkt de enige verzorger van de eenzame Mr Lazarescu en neemt die rol dan ook op zich. Ze voert hem van de ene plek naar de andere, praat met dokter na dokter en zoekt mee naar een diagnose. Zij is, samen met de kijker, de enige getuige van de brutale achteruitgang van Lazarescu’s gezondheid. Waar de man in het begin nog wandelt en praat, begint zijn lichaam na verloop van tijd stroef te worden en zijn woorden troebel. We zien het leven uit de man verdwijnen, maar wat uiteindelijk in de weg staat, is niet het zieke lichaam, maar kleine toevalligheden en menselijke wisselvalligheid.
Zo hoort Mioara van een kauwgumknabbelende dokter dat Mr Lazarescu zo snel mogelijk geopereerd moet worden, maar dat hij geen tijd heeft om de operatie uit te voeren, en gaat dan maar naar een ander ziekenhuis waar ze het doktersadvies doorgeeft. Dat lokt niets anders dan een verdrukkende discussie over medische hiërarchie uit: “Wie denk je wel dat je bent dat jij ons gaat zeggen wat wij moeten doen?”. Het vijandige van de situatie drukt haar in een hoekje en snoert haar de mond. Mr Lazarescu is bijzaak geworden in de ziekenhuiskamer.

Hoofdzaak voor de een is bijzaak voor de ander en uiteindelijk speelt niemand de hoofdrol. Regisseur Cristi Puiu past dit toe op zijn film, een medium waarin zaken ingedeeld moeten worden in hoofd- en bijzaak, narratief en nutteloos. Hoewel Mr Lazarescu de hoofdrolspeler van de film is, neemt die vaak geen centrale positie in. De brancard waarop hij ligt, staat op een bepaald moment letterlijk achter een alledaags gesprek over de echtgenoot van de verpleegster.
De horror zit hem in de nadruk op onbelangrijk lijkende dingen die het podium inpalmen: een chirurg die over de batterij van zijn gsm begint, Mioara die over koetjes en kalfjes praat, de subtiele seksistische toon die een dokter tegenover een verpleegster aanslaat. De film is gevuld met details die de echtheid tot een ondraaglijk niveau brengen.
Tegelijk is er geen grote boosdoener, enkel een reeks mensen voor wie leven en dood een beroep is. Als kijker lukt het niet helemaal om de schuld op hen te steken – het zijn vermoeide professionelen, gefrustreerde, uitgebluste, maar ze zijn nooit kwaadaardig of contextloos.
Cristi Puiu tekent zijn verhaal rond het gapende tekort van de menselijkheid, ergens tussen schuld, onmacht en verantwoordelijkheid, waarin voor de kijker vooral het triviale van een enkel mensenleven naar boven komt. Wij delen de blik van de camera op een stervende Mr Lazarescu, maar vangen tegelijk een glimp op van de duizend randsituaties rond hem, en beseffen dat Mr Lazarescu, hoewel hoofdrolspeler, ook maar een van de duizend is. En dan is het tragische van het bestaan misschien niet onze dood, maar het triviale ervan.
Categories : Uncategorized




