À L’intérieur

21 11 2008

a_l_interieur_11.jpg 

Nu steeds duidelijker wordt dat de hoogdagen van de Amerikaanse horrorfilm opnieuw achter de rug zijn, profileert een ander land zich des te meer als de voortrekker van het betere horrorwerk: Frankrijk.
Alexandre Aja gaf de industrie in 2003 een boost met Haute Tension, een nagelbijtende, postmoderne horrorfilm waarin een vrouw belaagd wordt door een onbekende killer. En het beste bleek nog niet voorbij.

Alexandre Bustillo en Julien Maury vertrokken voor À L’Intérieur (Inside) van een gelijkaardig eenvoudig idee. Sarah is een hoogzwangere vrouw die net haar echtgenoot verloren is in een auto-ongeluk. Op de avond voor ze het ziekenhuis in moet, krijgt ze bezoek van een onbekende dame die op één ding uit is: haar baby. Maar daarvoor moet de vrouw eerst voorbij Sarah geraken.

Net zoals in Haute Tension, en misschien wel in alle horrorfilms, speelt het binnentreden een belangrijke rol: een inbraak in de veiligheid van een huis, de indringing in het lichaam. Maar À L’Intérieur heeft zijn naam niet gestolen. Het binnendringen draait ook rond een specifieker idee: de diefstal van een levend wezen uit het lichaam.
Voorop staat dan ook het gevecht dat een moeder levert voor het nieuwe leven binnenin. En dat is een allesbehalve eenvoudige. De filmmakers sparen de kijkers niet van snijdende spanning – meer nog, À L’Intérieur moet zowat een van de meest intense horrorfilms van de laatste jaren zijn. Met een sobere, donkere visuele stijl en een huis waarin steeds een schijnbare mist dwaalt, blijft het regisseursduo de akelige sfeer steeds opdrijven. Daarnaast is er ook een immense hoop gore – de liters bloed zijn na verloop van tijd niet meer te tellen.
Maar daaronder stroomt ook een tragiek die de ware horror zijn betekenis schenkt: een vrouw die rouwt om haar echtgenoot, een moeder die haar kind van gevaar beschermt. Alysson Paradis (zus van Vanessa) speelt Sarah met een dergelijke fragiliteit en tegelijk onvoorstelbare moed dat À L’Intérieur niet enkel angst aanjaagt, maar ook ontroert en bijna een ode is aan de menselijke kracht. Die sérieux maakt deze film dan ook een stuk kwalitatiever dan het eerder speelse Haute Tension.

Maar laat deze lofbetuigingen ook een waarschuwing zijn. À L’Intérieur is een strikte afrader voor de doelgroepen zwangere vrouwen of zij die dat gauw willen zijn. Een horrorfilm hoort te prikkelen en de kijker met naalden door het scherm te porren, maar À L’Intérieur laat vlijmscherpe messen door het scherm komen – een prikkeling op het randje van een overprikkeling. Aan u de keuze of u de mespunten laat doordringen.



Hunger

17 11 2008

hunger.jpg

Hunger is de eerste langspeelfilm van videokunstenaar Steve McQueen, waarmee hij op het Filmfestival van Cannes de Camera d’Or voor beste debuut won. Het verhaal is gebaseerd op de waargebeurde omstandigheden waarin de IRA-leden in de jaren ’80, onder het bewind van Margaret Tatcher, leefden: gevangengezet en behandeld als honden, politiek statuut geweigerd. Ze werden moordenaars genoemd en hun politieke beweegredenen werden niet erkend. Dit leidde tot tal van hongerstakingen.

McQueen start zijn verhaal met een man. Hij staat op, kleedt zich aan, ontbijt, neemt afscheid van zijn vrouw en gaat naar zijn werk. Zijn verhaal lijkt gestopt. Op zijn werkplaats, de gevangenis, start een ander verhaal. Een jongeman wordt binnengebracht en naar zijn cel gebracht. De muren van het hol zijn besmeurd met de kak van zijn celgenoot, in de hoek liggen etensresten met maden en een ruw deken vormt zijn bed. En dan stopt ook zijn verhaal en starten de stappen naar de dood. De hongerstaking van Bobby Sands.

McQueen bewijst al vanaf de allereerste sequentie over een bijzonder oog te beschikken. Via vaste kaders, close-ups van handelingen en afwisseling in scherpstellingen schept hij rustig begin, dat hij al gauw verbreekt met brute scènes in de gevangenis. Hij bouwt zijn verhaal niet rond een opstand tegen de perverse cipiers, maar rond de principestrijd van de gevangenen. Die klagen op geen enkel moment hun beulen aan, want daar draait hun woede niet rond. Ze richten zich tot de hogere gezagsvoerders en trachten een constructieve oorlog te voeren, met een uitgezuiverd einddoel. Op allerlei manieren, van geïmproviseerde vergaderingen tot het binnensmokkelen van radio’s, blijft de vechtlust in hen aanwezig.
Hunger toont daarmee iets wat vaak lijkt te ontbreken in de hedendaagse maatschappij: principes en de wil alles op te geven voor hen. De veelgestelde morele vraag of die attitude tot goede, dan wel slechte daden leidt, laat hij onbeantwoord. Kijkers die het IRA als een bende wilde moordenaars ziet, krijgen een nieuw perspectief aangeboden, zonder uitgelokt te worden.

bfhunger.jpg

McQueen vertelt zijn verhaal met beelden, die, ondanks hun esthetische waarde, vaak heel hard zijn. Het geweld is echter niet gratuit, maar een getuigenis en een klacht waarin onrechtvaardigheid zit, maar vooral menselijke vechtlust.
In het midden van de film zet hij zijn visuele middelen plots op pauze en laat hij de camera gedurende zeventien minuten stilstaan op een gesprek tussen Bobby Sands en een priester. In hun discussie wordt de vraag gesteld of de keuze voor dood ook leven in zich kan dragen, de hoop op verandering.
Het is de inleiding op het laatste deel: de hongerstaking van Bobby. Die wordt opnieuw heel visueel verteld, met een indrukwekkende fysieke aftakeling van acteur Michael Fassbender, die duidelijk dieetlessen heeft gevolgd bij Christian Bale (The Machinist). In de meest treffende scène vliegt de camera over Bobby Sands als was hij aasgier op zoek naar voedsel: observerend en naderend, net niet pikkend op Bobby’s tengere lichaam.

Hunger mag dan wel een controversiële film genoemd worden, het is vooral een belangrijke film, een die de partij laat spreken die niet gehoord werd, en een sterke film, die het verhaal op een passende manier vertelt. Wij kijken met meer dan anticipatie uit naar Steve McQueens volgende.

-> zie www.kutsite.com