Mama Mia!

15 09 2008

2560759.jpg

Je hoeft geen mens te zijn om een hoer te zijn. Ook films kunnen hoeren zijn. Ze kunnen met alles wat ze hebben hun publiek binnenhalen, een goedkope en overbeschikbare afdruk maken en de grens van waardigheid ver achter zich laten.

Mamma Mia! is gebaseerd op de gelijknamige populaire theatermusical, die op zijn beurt gebaseerd was op het poprepertoire van ABBA. Het verhaal draait om de 20-jarige Sophie, die samen met haar moeder op een Grieks eiland woont. Haar leven lang al weet ze niet wie haar vader is en haar moeder weigert er haar meer over te vertellen. Enkele weken voor Sophie gaat trouwen, besluit ze zelf iets te ondernemen. Uit het dagboek van haar moeder maakt ze op dat ze drie mogelijke vaders heeft. Ze nodigt hen alledrie onder valse voorwendsels op haar huwelijk uit.

Achter de nette samenvatting van Mamma Mia! slaat echter het vulgaire toe, het geforceerde, het gemakkelijke. Dan onhult Mamma Mia! zich als de slet die ze is. Zo bezit ze plotwendingen die even kunstmatig zijn als de schoonheid van de straathoer, pronkt ze met haar lage en goedkope humor en vervangt ze alle echte gevoelens door overdramatiseringen van de realiteit. De acteurs spelen inderdaad zo hol dat geen enkel authentieke emotie overschiet. Op kop in de irritatiehitlijst staat hoofdrolspeelster Amanda Seyfried, die met haar springerig acteerwerk en overexpressieve mimiek een hoop agressie opwekt. Een waardige afsluiter van de top drie zijn de beschamende vertolkingen van Meryl Streep en Julie Walters. Ook de mannen komen er niet ongehavend uit: de allerlaatste scène, waarin Pierce Brosnan, Colin Firth en Stellan Skarsgård een ABBA-nummer opvoeren, bewijst dat de musical en de horrorfilm geen onvermengbare genres zijn.

Niet enkel het verhaal en de cast, maar ook de regie verdient een stevige dreun. Regisseuse Phyllida Lloyd maakt immers aardig wat fouten in continuïteitsmontage en vond blijkbaar niet genoeg opnamemateriaal waarin de acteurs juist op de liedteksten lippen. Ook zijn Lloyds keuzes in decor en belichting zo gemakkelijk in hun esthetiek dat ze plots heel lelijk worden. Ze gooit zoveel kunstlicht op de scène dat Mamma Mia! soms op een sciencefictionfilm lijkt – al heeft Meryl Streep die The Winner Takes It All zingt tegen Pierce Brosnan iets bijzonder onaards.

En na Mamma Mia! voel je je dan ook als de klant van de goedkoopste en lelijkste hoer van de neonverlichte straat: vuil, beschaamd, schuldig. Spaar je bioscoopticket dus uit en huur er de ultieme ABBA-film mee, Muriel’s Wedding.



Lollywood: Pakistani Horror

13 09 2008

Inderdaad. Pakistaanse horror. Het klinkt even specifiek als de Zuid-Indische langpoottermiet, maar is, net zoals onze langpotige vriend, springlevend. Als minderheidsgroep in de mondiale cinema verdient de Pakistaanse horrorfilm dan ook niets minder dan een kans. En wie beter om die kans in België te bieden dan Cinema Nova.

Het Brusselse Cinema Nova profileert zich al langer dan vandaag als het epicentrum van de afwijking in de cinema, van het marginale, ongehoorde en amorele op het grote scherm. Zo was er nog geen half jaar geleden de eerste editie van Offscreen, het filmfestival waarin de freak centraal stond. De dwerg zonder ledematen, de man met borsten en the bearded lady: iedereen was welkom op het scherm en daarvoor.

Op 12 september 08 stond de Pakistaanse horrorfilm centraal.

De avond vangt aan met een trailer van 20 minuten die een overzicht geeft van de Pakistaanse horror door de jaren heen. Het bevat verschrikkelijk hilarische fragmenten met een inventiviteit die de bedroevend lage budgetten moeten goedmaken. Zoals: een bebaarde Pakistaan met een levensgrote spuit die het lichaam van zijn tegenstander leegzuigt. Of een voluptueuze Pakistaanse die een striptease uitvoert. Absurd in vergelijking met de hedendaagse Westerse cinema, maar daarom net boeiend en zelfs verhelderend – y als noodzakelijke tegenpool om x te beschouwen, Lollywood (een verwijzing naar de Pakistaanse filmstad Lahore) als antithese van Hollywood.

Hoewel.
De eerste film op het programma, Hell’s Ground, blijkt doordrongen van hedendaags Hollywood. De film is een over-the-top Pakistaanse versie van The Texas Chainsaw Massacre. Pakistan lijkt een eerste en voorzichtige stap te zetten in de richting van de Amerikaanse horrorfilm-kopie. Centraal staat een groep van vijf mooie jongeren, netjes verdeeld over de clichés: het ondeugdelijke meisje, de gelovige maagd, de verlegen love interest, de stoere macho en zijn laffe sidekick. Met een busje gaan ze op uitstap, weg van de stad, langs de verlaten Pakistaanse baantjes. Maar al gauw worden ze gewaarschuwd door de man in de local shop: ‘dit is een gevaarlijke baan voor mensen als jullie.’
Uiteraard.

l_e0cb891215455e3a30268ca6632616b3.jpg

En toch.
Ondanks het bijzonder hoge cliché-gehalte doet Hell’s Ground niets anders dan bekoren. Regisseur Omar Khan weet namelijk de lastige grens tussen bedoeld en onbedoeld grappig-fout-slecht zo fijn te bespelen dat hij een bijzonder ontspannende film aflevert. De terugkerende vraag in het hoofd van de kijker is dan ook: ‘Is het de bedoeling dat alles zo fout is?’ Zo worden clichés en fouten zodanig uitvergroot dat ze grappig zijn, maar net geen parodie opleveren. Kijk maar hoe de groep reageert wanneer een van hen aangevallen werd (de jongen ligt lijkbleek en groen kotsend in het busje, maar de anderen lijken dat helemaal niet zó erg of raar te vinden). Of naar de dramatische manier waarop een spookachtige monster zijn Middeleeuwse spijkerbal als een lasso boven het hoofd zwiert, alvorens de achtervolging in te zetten. Of hoe de groep in het “donkere” bos steeds voorzien wordt van een gigantische lichtspot, terwijl ze wél verrast reageren op een lichtje in de verte.

Van de bijna verloren gegane film Dracula in Pakistan kan niet helemaal hetzelfde gezegd worden. Hoewel het publiek meer dan eens zijn luidste lach bovenhaalt, zit er een veel grotere sérieux in. De zwart-wit film uit 1967 begint met bloedmooie beelden van de noodlottige professor Tabani die een elixir uitvindt en tot zich neemt, om daarna te transformeren in Dracula en even later bezoek te krijgen van de nietsvermoedende Dr. Aqil.

fk0hhs.jpg

Het is gemakkelijk te lachen met de soms nogal dramatische mise-en-scène, maar het is een uitdaging om de tijdsgeest en de culturele cross-over in de formule te zetten en uiteindelijk de schoonheid van de film te zien. Al blijft een schaterlach moeilijk te onderdrukken wanneer Dracula’s scènes afgewisseld worden met fragmenten waarin een groep vrouwen contextloos een Bollywoodnummer brengt.

De avond sluit echter af in een gepaste context: met een eigen Lolly & Bolly Party met Pakistaanse en Indische 70’s funk en disco. En dan mag de Pakistaanse vampier in ons eindelijk ontwaken.



Augustus: Onveilige Steden en Lange Titels

8 09 2008

Lady in the Water: hangend tussen intrigerend en saai, en uiteindelijk nogal overbodig. 

The Dark Knight: zie recensie 

The Philadelphia Story: screwballcomedy uit 1940 met de fantastische Katherine Hepburn, tussen twee vuren geplaatst (Cary Grant en James Stewart). Leuk, niet memorabel. 

Across the Universe: bijzonder originele film van Julie Taymor (Titus, Frida), boordevol Beatles-liedjes en visuele magie.

untitled3.bmp

My Blueberry Nights: Wong Kar Wai’s eerste Hollywood-avontuur is minder dan zijn In The Mood For Love of 2046, maar beter dan de meeste Hollywood-romances. Natalie Portmans verschijning maakt Norah Jones’ nogal duffe hoofdvertolking goed. 

Die Hard: verrassend trage actieklassieker uit 1988 die van Bruce Willis de actieheld met de oneliner maakte. Meteen ook de intrede van Russische slechteriken die Hans heten, nekhaar hebben en onderling Engels praten. 

Be Kind Rewind: teleurstellende nieuwe film van Michel Gondry (Eternal Sunshine of the Spotless Mind en The Science of Sleep). Interessant uitgangspunt (videotheekhouders wissen per ongeluk alle banden en maken alle films opnieuw), maar weinig boeiende plotwendingen of personages. 

Vidange Perdue: Nand Buyl is de ideale acteur om een bejaarde rebel te spelen, maar helaas is de regie wat oubollig en de nevenpersonages oninteressant. 

We Own The Night: politiefilm over een louche nachtclubeigenaar, die in het nauw wordt gedreven door zijn broer en vader, beide politieagenten. The Departed, maar dan minder zuiver. 

1408: Verrassende en vooral geschifte Stephen King-verfilming met John Cusack als hotelgast in een spookkamer. 

Frontière(s): Brute Franse horrorfilm in de lijn van Hostel. Voegt in tegenstelling tot Haute Tension of À l’intérieur echter weinig toe aan het genre. 

Batman Begins: achteraf gezien een light-versie van The Dark Knight

Harold & Kumar go to White Castle: volledig over-the-top en kinderachtig, maar bijzonder genietbaar door de geestige vertolking van Kal Penn en de chemistry met John Cho. 

In Bruges: fantastische film die het midden houdt tussen thriller, drama en komedie. Colin Farrell en Brendan Gleeson spelen, naast Brugge, twee bijzondere hoofdrollen. Met een van de meest overtuigende sterfscènes van de laatste jaren.

 untitled2.bmp

The Bourne Ultimatum: lekker nerveuze en perfect afgewerkte actiefilm met een ijzingwekkende Matt Damon.

The Assassination Of Jesse James By The Coward Robert Ford: van Brad Pitt mocht de titel niet ingekort worden en dat is helemaal niet erg. Lange film met een lange titel, prachtig fotografie en muziek. Casey Affleck speelt een intrigerend personage dat zich nooit laat vangen in termen als loser of lafaard, gek of gedreven, maar daar wel steeds rond cirkelt.