Easy Rider

31 05 2008

untitled1.bmp

Sex and drugs and rock’n’roll. Er zijn wel enkele redenen te noemen waarom we van de jaren ’60 houden. Echter, nu de hippies flinke vijftigers zijn geworden en vrije liefde hoofdzakelijk te vinden is in parenclubs, rest ons enkel het collectieve geheugen. Maar de golden sixties hebben ook hun sporen nagelaten – in de videotheek bijvoorbeeld. Daar is Easy Rider te vinden, een film van Dennis Hopper uit 1969, met in de hoofdrollen Hopper zelf, Peter Fonda en een jonge Jack Nicholson. 

Easy Rider was destijds hét pamflet van de hippie en alles waar die voor stond: rondrijden zonder doel, joints roken langs een verlaten snelweg, trippen met mensen die je vijf minuten kent. De film is een opeenvolging van motorritten in uitgestrekte landschappen, filosofieën aan kampvuren en avonturen tussen vrienden én vijanden. Easy Rider is immers niet enkel een fantastisch pro-life-spotje, maar bevat tegelijk de moord op de hippie. De film is subtiel getekend door de komst van de onverdraagzaamheid en de starheid, de haast en het geld. Hij wankelt tussen de Amerikaanse droom van de hippie en die van de kapitalist. Maar de ultieme boodschap is duidelijk: “we’re born to be wild”. 

Amerika ziet er dan ook compleet anders uit dan wat we tegenwoordig in de Amerikaanse cinema zien. In Easy Rider schuilt een grote nationale trots – America, land of dreams. Amerika wordt niet gekoppeld aan xenofobie, maar aan verdraagzaamheid, niet aan onredelijke verwachtingen, maar aan een droom die in elk van ons zit. Peter Fonda op een chopper met de Amerikaanse vlag op zijn leren vest en Steppenwolf uit de luidspreker. Soms is er niet meer nodig.
Get your motor runnin’
Head out on the highway
Lookin’ for adventure
And whatever comes our way



The 11th Hour

20 05 2008

11thhour-poster-400.jpg

Sinds An Inconvenient Truth ziet de wereld er een beetje anders uit: je ziet autoreclames met milieuvriendelijkheid als argument, in de winkel moet je betalen voor een plastic zakje en je voelt een constante steek van schuld wanneer je iets anders dan een spaarlamp inschroeft. Nobelprijswinnaar Al Gore mag dan wel zijn ideeën over de milieucrisis wereldwijd verspreid hebben, er is nog heel wat werk aan de winkel.
Want, zo laat Leonardo DiCaprio in The 11th Hour weten, het probleem is uiteindelijk niet de berg afval of de benzinezuipers op de baan, maar de denkwijze van de mens.

Velen hebben vast gelijkaardige gevoelens na documentaires over de scheve dingen in de wereld: een overdaad aan schuldgevoel en tegelijk een vreselijk gevoel van wanhoop. “Ik moet iets doen”, denk je, “maar nooit zal ik het niet zelf kunnen oplossen”, zeg je, en uiteindelijk beweeg je amper een vinger. Het is een dubbelheid die spreekt, een ambiguïteit zonder oplossing.
En dat is niet te verwonderen. De mens krijgt immers een dubbele rol toebedeeld in het verhaal, die van dader en slachtoffer tegelijk. We worden verteld dat onze arrogante houding tegenover de natuur alle zuiverende systemen kapot maakt, maar dat deze houding tegelijk in de menselijke natuur ligt. “De orkanen van de laatste jaren zijn nog maar het begin”, voorspelt een deskundige.

En die paradoxale rol zorgt voor een knaging, een ongemak. Wij zijn daders met inactiviteit als moordwapen en slachtoffers van een probleem dat het individu overstijgt. De menselijke natuur maakt ons wie we zijn, technologisch evoluerend en wetenschappelijk onderlegd, maar bevat ook het zaad van onze ondergang. Niet één persoon of één groep is de dader, maar een collectieve attitude nekt ons. Daardoor wankelt de vingerwijzing tussen de ander en onszelf. En geen van de twee is helemaal correct.
Uiteindelijk heeft ook The 11th Hour een ambigu karakter: enerzijds wil het hoopvol overkomen (‘Het is nog niet te laat!’), anderzijds is de boodschap onmiskenbaar morbide (’De mens is maar een voetnoot in de geschiedenis en ons einde is nakend.’). Deze documentaire is inhoudelijk een horrorfilm, met de mens als monster en slachtoffer, de natuur als wraaknemende instantie en piekende grafieken als sporadische schrikeffecten. Maar de eindconclusie is griezeliger dan alle horrorfilms samen: misschien is de aarde beter af zónder ons.

Dit soort documentaires worden geïnitieerd vanuit een menslievendheid, maar monden vaak uit in een overweldigende boodschap over de omvang van de menselijke destructiviteit. Zoals een van de deskundigen stelt: “De gezaghebbers hebben de middelen om milieuvriendelijk te handelen, maar passen die gewoon niet toe”.
Die destructiviteit zit ook vaak verhuld in veelvoorkomende reacties van de kijker, namelijk apathie of goedpraterij. Uiteindelijk kan echter niemand om de boodschap heen dat er iets niet klopt: ofwel slaan de angstaanjagende cijfers nergens op, ofwel wordt een dezer dagen een duurzame brandstof toegepast, ofwel bezoekt de mensheid weldra zijn eigen begrafenis. En als The 11th Hour ons iets wil bijbrengen, is het wel dat er verregaande maatregelen getroffen moeten worden om dat laatste nog te voorkomen. Of we nog op tijd losraken van onze eigen natuur om onze eigen soort te redden, is echter nog helemaal niet zeker.



Films zoals je ze nu niet meer vindt: Duel, Straw Dogs en Deliverance

5 05 2008

De jaren ’70 worden over het algemeen beschouwd als de gouden jaren van het moderne Hollywood. Het was het decennium van de regisseur, de creativiteit, de eigenzinnigheid. Geen sequels of remakes die winst moeten garanderen, maar ijzersterke films die aangedreven werden door de liefde voor het medium. Het was de tijd waarin het woord ‘blockbuster’ nog niet bestond en de tijd waarin de mensen met het geld vertrouwen hadden in de mensen met de camera.
Drie, toevallig gekozen films zijn elk op hun eigen manier een typisch product van de jaren ’70. Alledrie zijn het films die zowel qua stijl als inhoud verrassen en vandaag waarschijnlijk niet meer door de zeven van het productieproces zouden geraken.
Het zijn films zoals je ze nu niet meer vindt.

Duel, de debuutfilm van Steven Spielberg, verrast in zijn eenvoud. Zo is het volledige verhaal samen te vatten in een enkele zin: een man rijdt op een verlaten snelweg in de woestijn en wordt achterna gezeten door een grote truck. De man heeft geen naam, geen achtergrond, maar is gewoon een man in een auto op een weg; van de persoon in de truck ontbreekt niet enkel een naam, maar ook een gezicht en een motivering van zijn daden. We krijgen enkel het perspectief van de getergde bestuurder wiens leven steeds meer in gevaar komt. Het verhaal is ontdaan van alle zijwegen die de kijker zou kunnen afleiden. En inderdaad, ‘less is more’: door het gebrek aan versiering wordt de dreiging des te groter. Spielberg laat in de beperking zijn talenten zien.
Daarenboven voelt die spanning nogal vreemd aan, mits hij zich in de helderheid van het zonlicht en de vrijheid van het openbare leven afspeelt. Maar net door de dreiging op een veilig geachte plek te enten, en niet op/onder het wateroppervlak, in een donker bos of op een mysterieus eiland, weet Spielberg van Duel een bijzonder zenuwslopende film te maken.

untitled.bmp 

Ook geweldspecialist Sam Peckinpah laat met Straw Dogs zien dat geweld overal aanwezig kan zijn. Peckinpah vertelt zijn verhaal echter op een veel explicietere manier: hij vertrekt van een bedrieglijk simpel verhaaltje en gaat na verloop van tijd volledig over de schreef. Een Amerikaanse wetenschapper (Dustin Hoffman) en zijn Britse vrouw verlaten Amerika en gaan in een klein Brits dorpje wonen. Daar krijgen ze af te rekenen met de lokale bevolking.
Tijdens het eerste uur van de film neemt Peckinpah rustig zijn tijd om de vreemde atmosfeer te scheppen en de personages voor te stellen. Zo is er de sullige wetenschapper, de gekke blondine, de geile bouwvakkers en de plaatselijke dronkaard. Het is moeilijk te voorspellen waar de film heen gaat, maar toch worden alle verwachtingen geklopt tijdens het laatste halfuur. Een van de meest controversiële films van de jaren ’70.

 18450986.jpg

Ook John Boorman toont met zijn Deliverance hoe gevaarlijk Amerikaanse rednecks kunnen zijn. Vier vrienden gaan op kano-avontuur in de Amerikaanse bossen, maar komen in de wildernis enkele wilden tegen.
Van de absurde scène met de banjo’s tot de ongemeen harde scène die tot een klassieker uitgroeide (“Squeel piggy, squeel!”), is Deliverance een buitengewone ervaring. Net zoals in Duel worden geen andere perspectieven toegelaten dan die van de slachtoffers en is er van psychologische stoffering amper sprake. Alles draait rond de intense, gesloten sfeer die het scherm in de huiskamer brengt en die fictie voor een anderhalf uur werkelijk maakt.

 deliverance_l.jpg

Dat lijken de drie films dan ook gemeen te hebben: een intense, deprimerende sfeer die geen opening toelaat tot verzuchtingen. De ademruimte tussen de zetel en het scherm worden vervangen door het vreemde en het wrede, het absurde en het onverklaarde.
De jaren ’70 waren de jaren waarin het creatieve het gestroomlijnde verslagen leek te hebben, maar met de komst van de blockbuster, ironisch genoeg ingezet door Spielbergs Jaws, werden de dollartekens opnieuw de drijvende kracht.
Maar de golvende geschiedenis laat zijn sporen achter. En die zijn te vinden in de videotheek.

Wil je meer informatie, anekdotes of gewoon een leuke film over de cinema van de jaren ’60 en ‘70, check dan zeker es de documentaire Easy Riders, Raging Bulls.