Funny Games: De Beste Film Van…

20 03 2008

 

1-41-57.jpg

Ik ging naar de bioscoop en zette mij in het beste stoeltje van de zaal. De lichten werden gedimd en de film begon. Mijn lichaam was gevangen in het stoeltje, mijn ogen in m’n hoofd. Ik kon niet anders dan staren naar de bewegende mensen voor mij. Ik keek naar hen, maar zij zagen mij helemaal niet. Ze deden dingen die helemaal niet beïnvloed werden door mij. Hun leven was het verhaal van de film; het mijne was dat van het beste stoeltje in de zaal. Ik koos er, zonder het goed en wel te beseffen, voor om niks, helemaal niks te doen, behalve te kijken.
Een hele cultuur werd het. Kinepolissen, UGC’s, popcorn, super size cola’s, massa’s publiek, etend en drinkend. Een koppeltje dat op een verloren maandagavond naar de bioscoop gaat.
Het lijkt zo ingebed in het dagelijkse leven dat de meest evidente vragen soms verloren dreigen te gaan. En dat het uitgerekend een film is die het vraagteken terug op het einde van de zin zet, is geen toeval. Een speler kan slechts verslagen worden door iemand uit dezelfde liga. Die film is Funny Games van Michael Haneke, mijn beste film aller tijden.

Het zou gemakkelijk zijn Funny Games te beschouwen als een thriller, zeker afgaand op de synopsis: twee jongemannen dringen binnen in het huis van een gezin en terroriseren vader, moeder en kind met allerlei gruwelijke spelletjes. Maar eigenlijk gaat het regisseur Michael Haneke niet om de criminelen of de slachtoffers. Het gaat wel om ons, de kijker. Wij, die lichaamslui de film volgen, behalve met onze blik. Met Funny Games worden we ontmaskerd; enkel onze naakte ogen blijven over. Want als één personage de aanwezigheid van het publiek erkent en hem vragen stelt en opmerkingen geeft, is de kijker niet langer onzichtbaar. En als de vragen over onze honger naar entertainment gaan, onze medeplichtigheid (niet in de daden zelf, maar in de keuze om naar de film te kijken), bereikt de kijkervaring een akelig zelfbewustzijn. De kijker speelt plots een personage in de film, namelijk dat van observerende toeschouwer. Het is een rol die ons als gegoten zit. De gruwel die zich in het verhaal afspeelt, staat in functie van een hoger liggend horrorverhaal, dan van de kijker en zijn film; het niveau van de film verschuift naar de realiteit. En dat het om fictie gaat, is niet langer een excuus wanneer het gaat om de realiteit van onze blik. Funny Games is, volgens mij, de enige film die ingrijpt in de realiteit, omdat hij zich niet op, maar vóór het scherm afspeelt.

41-52.jpg

Daarmee gooit Funny Games alvast een deel van onze fascinatie terug: waarom kijken wij naar (gewelddadige) films? Het is een thema dat terugkeert in het oeuvre van Haneke, een notoire maatschappijcriticus, maar dat met deze film uit 1997 zijn absolute hoogtepunt bereikte. Funny Games is immers de ultieme ontmanteling van de kijkervaring: “een film is slechts de bovenbouw van onze driften”, lijkt Haneke te willen zeggen. Hoe zou cinema kunnen ontstaan en overleven, dan zonder de constante aandrijving van een drift die we niet onder ogen willen komen. Een film die ons constant aandachtig maakt op het feit dat we naar een film kijken, verveelt ons in het slechtste geval en maakt ons onrustig in het beste – afhankelijk van waar je kijkt. En Funny Games maakt mij zeer onrustig. In plaats van de drang tot kijken (zonder zelf bekeken te worden) te gebruiken, stuurt hij ze terug. Het verhaal gaat niet over het verhaal waar we naar kijken, maar over het feit dát we kijken. Haneke wijst ons op onze honger, in plaats van ons eten te geven.
Het is dan ook geen toeval dat een film als Funny Games eerder controverse zal uitlokken dan films als Saw 2, 3 of 4, of Hostel, hoewel dat ergens bijzonder vreemd is. Funny Games bevat immers tonnen minder expliciet geweld dan de torture porn-films, maar zegt de kijker wel dát hij vaak voor expliciet geweld kiest. Funny Games is dan ook een ironische ervaring: we worden steeds in de verleiding gebracht om stiekem te genieten van de gruwel die de personages meemaken, maar krijgen af en toe een spiegel in het gezicht geduwd, die onze eigen genietende blik weerspiegelt. Het is een spiegel waarin ik mijzelf herken/betrap tot schaamte mij dwingt weg te kijken. En als een film mij zo kan laten afzien, dan moet hij wel mijn favoriete film aller tijden zijn.

-> zie www.kutsite.com



Happy Together

4 03 2008

happytogether_review2.jpg 

Het stopt maar niet met de Belgische kwaliteit. Na het fantastische Aanrijding In Moscou, is er nu Happy Together. De Engelstalige titel verraadt echter dat dit niet het soort film is die ruikt naar de Vlaamse akkers, maar eerder een internationaal karakter bezit.
Centraal staat Martin, een rijke, vlotte zakenman, die bij sympathieke kijkers meteen ietwat verdacht zal overkomen. Zijn oppervlakkigheid verraadt diepgewortelde knobbels en onbewuste ongenoegens. Martin komt uit een eenvoudig milieu, maar heeft zich ‘naar boven’ kunnen opwerken. Zijn huwelijk met de bourgeois Eline hangt samen met een soort prestatiedrang, een krampachtig hooghouden van aanzien en materiële status. Martin heeft zijn kaartenhuisje opgebouwd, maar wanneer een kaartje begint te wankelen, staat de hele constructie op instorten.
Het verval begint met wat een eenvoudige aankoop lijkt. Martin wil voor zijn vrouw een huisje in Toscane kopen, maar moet geld lenen voor het voorschot. Wanneer het contract getekend is, blijkt die lening echter gebaseerd op lucht. En daarmee start de instorting van het volledige kaartenhuisje.

De film doet daarom wat denken aan het geniale Match Point van Woody Allen, waarin een man zich stap voor stap vernestelt in de gevolgen van zijn eigen morele wandaden. Wat begint met een kleine leugen of een toegeving in een onopvallende chantage, kan escaleren tot een verdorven situatie waar geen mogelijkheid op eerlijkheid meer lijkt te bestaan. Regisseur Geoffrey Enthoven toont de evolutie van Martins morele verval stap voor stap, maar laat nooit te diep kijken in diens ziel. En dan doet Happy Together plots ook denken aan Michael Hanekes oeuvre, waarin vanop afstand getoond wordt dat de hypocrisie van de bourgeoisie zich altijd wreekt.
Het is vooral Ben Van Ostade die van Happy Together een sterke film weet te maken. De Heterdaad-ster van weleer verrast met zijn subtiele vertolking van Martin. Hoewel de serie toevallige gebeurtenissen elkaar nogal snel lijken op te volgen, weet Van Ostade ze toch niet geforceerd te laten overkomen. Met elke nieuwe stap, met elke morele keuze, valt telkens een zweetdruppeltje meer op te merken op zijn gegroefde voorhoofd. En de kijker, die mag gerust meezweten. Maar of een handdoek wordt aangereikt op het einde van de film, mag je zelf ontdekken.