Beowulf

22 11 2007

 beowulf7.jpg 

Bij de eerste filmpjes, in het begin van de jaren 1900, was de grootste verwondering niet wát de mensen zagen bewegen, maar dát ze zagen bewegen. De technologische vooruitgang van stilstaande foto naar bewegende film was zo wereldschokkend, dat zelfs bladeren in de wind meer dan een minuut de aandacht konden houden. Maar de mens is verwend, en moeilijk geboeid te houden. Ongeveer een eeuw na de ritselende bladeren evolueerden digitale effecten, digitale films, 3D en motion capturing.
Beowulf is de volgende stap in deze ‘cinema of attractions’. In de bioscoop speelt immers niet enkel een gewone versie, maar ook een 3D-versie. Ter plaatse krijg je een 3D-brilletje, waarop in kleine lettertjes geschreven staat ‘wordt gereinigd na elke voorstelling’. Met propere ogen keken wij naar Beowulf, maar met een getroubleerde blik kwamen we weer buiten. 

De film is gebaseerd op de Deense sage van de held Beowulf, die in een dorpje het monster Grendel moet doden, maar zich daarmee de wraakplannen van Grendels moeder op de nek haalt. In de 3D-versie vechten de personages in de bioscoopzaal rond en komen de speren het scherm uitgesprongen. Het verhaal noch de 3D-effecten zijn op zich het probleem. Regisseur Robert Zemeckis koos er echter ook voor om de acteurs te digitaliseren, zoals hij eerder deed in The Polar Express. Gezien die film nogal naar plastic smaakte, kunnen we ook nu de vraag stellen waarom iemand ervoor kiest om van echte acteurs een soort neppe animatiefiguurtjes te maken? Puur technologisch is het vast een vooruitgang, maar we leven niet meer in 1905. Vele andere criteria dan technische zijn de filmrecensent in ons allen binnengedrongen. 

In zijn vele dagen, maanden, jaren werk tussen de green screens en de knoppen van zijn computer vergat Zemeckis immers dat een film ook een narratieve bezieling nodig heeft. Beowulf is daardoor een belegen mengeling geworden van Lord of the Rings en alle fantasy- en drakenfilms, met dialogen als ‘Are you the one they call Beowulf? Such a strong man you are.’ Door deze recyclage komen ook enkele verdrongen Hollywoodkwalen bovendrijven. Zo is er de typische verheerlijking van macho geweld, het cliché van de vrouw als maagd óf hoer en de xenofobische manier waarop Deens als een mengeling van Duits en Amerikaans klinkt. 

En daarmee bewijst Beowulf slechts één ding: vooruitgang is relatief.

-> zie www.kutsite.com



Het Grote Ongeduld !

20 11 2007

naamloos1.JPG 

Gebouw Q van de Vrije Universiteit Brussel zat woensdag 14 november vol kort. Korte mensjes met korte beentjes die korte afstanden aflegden tussen korte films. Voor de zestiende keer organiseerde Trefcentrum Y’ van de VUB het kortfilmfestival Het Grote Ongeduld!, waarop de eindwerken van alle afgestudeerden van de Belgische filmscholen vertoond werden.

In een doolhof van donker gras en selectieve lantaarnpalen lag gebouw Q verscholen. Binnenin, waar het licht en warm was, wachtten al enkele jonge filmmakers op hun publiek. De bar bleef helaas gesloten en ongemak en nervositeit konden slechts getemperd worden door staren, nagelbijten of doe-alsof-lezen. Maar toen de klok tik zei, gingen de deuren open en werden de lichten gedimd.

The Blessing of Henry Mullin van Mathieu Depuydt was een waardige opener. Een rustige film over doodgaan, en vooral over niet doodgaan. Wanneer een Engelse soldaat tijdens een veldslag dodelijk gewond raakt, maar blijft leven, wordt zijn sterfelijkheid in vraag gesteld. De setting, een stil en kaal oorlogsgebied, is bijzonder sfeervol en een welgekomen tegenwicht voor de luide en agressieve oorlogsfilms.
Pim Algoed brengt met Tanguy’s Unifying Theory of Life twee sterke acteurs samen. Robrecht Van Den Thoren speelt Tanguy, een charismatische kuisman met grote ambities, Johan Heldenbergh is zijn sympathieke collega Grégoire. Tanguy worstelt met alle symptomatische vragen van een jonge twintiger. Waar ga ik wonen, wat ga ik doen, wie zijn mijn vrienden en waarom stelt mijn moeder zoveel vragen. Een mooi, klein verhaaltje over de antwoorden die nooit echt komen.
Nathalie Teirlinck won onlangs de prijs voor Beste Vlaamse Studentenkortfilm op het Filmfestival van Gent. In Juliette heeft ze het over een vrouw die op de dag van haar huwelijk geconfronteerd wordt met flashbacks naar haar jeugdliefde. Het is een gevoelig portret van een verloren liefde, een zanderige opdelving van begraven verlangens.

07-k036-b.jpg

Ook Luz Diaz heeft het in Les Corps Silencieux over de leegte na de liefde. De wanhoop die ze toont, ligt niet in woorden of tranen, maar in daden. Diaz’ hoofdpersonage probeert op alle mogelijke manier bij haar ex-vriendin te zijn. Ze volgt haar, belt zonder boodschap, knuffelt tweedimensionale beelden uit gemis van de vroegere derde dimensie. Door woorden achterwege te laten, blijft de regisseuse enerzijds aan de emotionele oppervlakte, maar bewijst ze anderzijds dat woorden in de cinema, net als in de liefde, niet altijd nodig zijn.

Het publiek, ondertussen zelf al stiller geworden, komt en gaat volgens eigen schema. In de gangen tussen de vier aula’s waar de kortfilms vertoond worden, is het een wirwar van pauzerende kortfilmkijkers, ijverige flyeraars en nauwlettende organisatoren. Beneden is bar ondertussen geopend. Het bier loopt tot geen bier meer is.

Pim Braeckevelts brengt ons opnieuw de zaal binnen. Zijn animatiefilm Lay Down This World steunt op het geinige idee van een suïcidale man die op het nippertje gered wordt door een Engelse butler. Wanneer de superheldbutler de man wil tonen hoe mooi het leven is, duiken plots overal bizarre ongelukken en noodlottige doden op. Final Destination, maar dan… geanimeerder.
El Camino del Deseo van Eva Cools maakt indruk. Een Spaanse vrouw, fantastisch vertolkt door Georgina del Carmen, verlaat haar gezin en komt in België terecht. Ze trekt bij een rockzanger in en denkt haar nieuwe leven te beginnen. Maar verandert locatie haar noodlot wel, of reizen problemen mee, als ongewilde bagage? Regisseuse Eva Cools stelt intrigerende vragen en stopt ze in een horizontale verpakking met prachtige kleuren.

 07-k044-f.jpg

Kleur is net wat ontbreekt in De Onbaatzuchtigen. Koen Dejaeghers project lijdt aan de kortfilmkwaal van het overdadig beroep doen op één leuk idee. In zijn gecreëerde realiteit maakt hij van mensen producten, en een kortfilm lang worden schoondochters gekocht door vaders, zonen geruild en moeders uitgeleverd. Maar soms is zelfs een kortfilm te lang voor een enkel idee.

Terug in de bar zitten mensen champagne te drinken. Ze hebben lange benen en lang haar en houden met hun lange vingers lange woorden vast. Ze blijven iets te lang staren en verwijzen ons naar Kultuur Kaffee, waar kortfilm.be en K.U.T-site een afterparty geven. De mensen hebben er opnieuw korte beentjes en korte wimpertjes. ‘We zijn terug thuis’, hoor ik achter me fluisteren. We zijn terug thuis.

-> zie www.hetgroteongeduld.be en www.kortfilm.be



The Fountain

17 11 2007

(By Krris)

The Fountain

The Fountain is de meest recente Darren Aronofsky, een veelbelovend epos over Leven en Dood. Veelbelovend was deze film reeds vanzelf na zijn laatste meesterwerk, Requiem for a Dream, en iedereen verwachtte meer van hetzelfde. Ongetwijfeld is het heel moeilijk voor een filmmaker om ieders verwachtingen te bevredigen na zo’n mooie worp, zeker als men het boorlingetje dadelijk de kleren van de oudere broer wil aanmeten. Maar The Fountain is een heel ander verhaal, met gelijkaardige thema’s maar andere invalshoeken en andere beloftes. Een dergelijk vertrekpunt maakt een ietwat kritische kijker al wat onrustig, om niet te zeggen bang over wat de filmervaring zelf nu precies zal worden.

Maar de rust is wedergekeerd, closure is bereikt, zo ook voor en door Tom Creo, het hoofdpersonage in deze film. Ook hij was bang, bang voor de dood. En dat zijn we allemaal, of toch wel de meeste onder ons. Daarom is deze film en zijn thema zo herkenbaar; hij blijft in je bloed zitten en graaft dieper en dieper, als een subtiele drug die testen om de tuin leidt.

Aronofsky slaagt er weer in helemaal onder de huid te kruipen, door een naadloos samenspel tussen muziek, woord en beeld. Ook in Requiem for a Dream veroorzaakte deze harmonie een heel intense filmervaring, maar in deze film verdwaal je nog net iets meer, in dit net van verweven zintuiglijke ervaringen. En precies dit maakt de film zo sterk, net door het verdwalen, vind je de weg, kom je tot de essentie, tot de ultieme boodschap. Net zoals Tom Creo ontdek je waar het allemaal om draait: het draait niet om dood of leven. Liefde is veel belangrijker, want deze overstijgt, net zoals de menselijke ziel, ons stoffelijke omhulsel.

Tom Creo is een wetenschapper die op zoek is naar de ultieme graal: het eeuwige leven. Of om preciezer te zijn, een middel tegen hersentumoren, tegen kanker. Want volgens Tom is sterven ‘just another disease’ en hij gaat het geneesmiddel vinden. Tom heeft echter steeds meer moeite om privé en professioneel gescheiden te houden en zijn gebrek aan subjectiviteit komt voort uit zijn object of desire: Izzy.  Izzy of Isabel, zijn vrouw, zijn koningin, leidt aan een ongeneeslijke tumor, en de verlossing is nabij. Izzy schrijft een boek: The Fountain. Het is bijna voltooid, behalve het laatste hoofdstuk dat Tom zal moeten schrijven, want hij weet hoe het afloopt. Hij zegt dit niet te kunnen, maar Izzy is niet meer bang en zegt dat hij dit wel weet en kan. Tom moet het gewoon inzien, zoals wij dit allen moeten.

The Fountain (het boek) start in Spanje waar Tomas, El Conquistador, door de koningin van Spanje gevraagd wordt om de Maya’s het geheim van het eeuwige leven te onfutselen. Dit geheim verbergt zich in hun boom des Levens, die door God verborgen werd voor Adam en Eva, na hun verdrijving uit het paradijs. In ruil belooft Isabella hem haar hand en geeft hem haar ring mee, als symbool van dit wederzijds verlangen.

Isabella (Izzy)

Vanaf het begin van de film wordt heen en weer geflitst tussen boek en realiteit, tussen heden, verleden en toekomst. De toekomst, waar de film ook mee start, is het 12e hoofdstuk, de finale van de film. Dit hoofdstuk moet Tom nog schrijven en langzamerhand ziet hij voorbij de ruis van beeld, woord en klank. Hij ziet hoe dit alles verbonden is en ontdekt wat de essentie is, waar hij heen moet, hoe dit verhaal onvermijdelijk zal aflopen. En wij ontdekken het met hem, de film doet ons inzien hoe het Leven onvermijdelijk eindigt, maar ook hoe het verdergaat. Of hoe elk afgesloten verhaal een nieuw inluidt.



Addams Family Values

13 11 2007

shot011.jpg

Een bleek, zwart gekleed meisje staat toe te kijken hoe een overijverig blond meisje de rol van drenkeling in een EHBO-demonstratie speelt. ‘I can’t swim’, zegt ze apathisch net wanneer het wicht kopje onder gaat. In het vervolg op The Addams Family is onze favoriete morbide familie terug. Meer nog, er is een lid bij gekomen. Op het einde van de vorige film werd een baby aangekondigd en die is het vertrekpunt van deze film.  

Niet iedereen is blij met de aanwinst. Dochter Wednesday en zoon Pugsley trachten zo creatief mogelijk hun nieuwe broertje een kopje kleiner te maken – letterlijk. Hun ouders Gomez en Morticia grijpen na enkele mislukte moordpogingen in en huren het kindermeisje Debbie in. Wanneer zij het Addams-huis binnenstapt, is Uncle Fester op slag verliefd. Debbie heeft echter een geheime agenda. Achter haar brede glimlach is ze the black widow, een vrouw die rijke mannen in haar web strikt en hen na het huwelijk vermoordt. Wanneer Wednesday dit plan in de mot heeft, stuurt Debbie Pugsley en haar naar summer camp Chippewa. (‘What does chippewa mean? - It’s an old Indian word. It means orphan.’) Summer camp blijkt een nogal rechtse bedoening, vol blonde, blanke Hitler Jügend-achtigen, aangevoerd door het all-American, breedlachende koppel Gary en Becky. Een Amerikaanse traditie waarin vooral het nationale trotsgevoel aangewakkerd wordt, eerder dan de onderlinge verschillen aanvaard. Maar wanneer tijdens het afsluitende toneel de geschiedenis achter Thanksgiving herschreven wordt in de kleuren van the Star Spangled Banner, grijpen de outcasts van het kamp in. 

Daarom is Addams Family Values, een film uit 1993, in deze tijden van Americana-bashing ontzettend genietbaar. Racisme en discriminatie worden onrechtstreeks, maar des te harder aangeklaagd (‘Indians… huh, ‘nuff said’), en ook de happy family ontsnapt niet aan een cynische onderwerping (‘I hope someday you know the indescribable joy of having children, and of paying someone else to raise them.’). Bovenal is de film bijzonder grappig (‘BambiLassie Come HomeThe Little Mermaid. – Stop it. He’s only a child.’) en tussen de fantastische acteurs knettert de chemistry als Nieuwjaarsvuurwerk. Addams Family Values is de creatie van een hilarisch stuk realiteit, waarin geweld een logische oplossing is en donkere romantiek de mooiste.



Halloween

2 11 2007

halloween_01.jpg

Pompoengezichtjes, trick or treat, verkleedfeestjes. Nu Halloween, Amerika’s jaarlijkse angstfeest, ook Europa bedreigt met gebruiken en merchandising, worden wij pas echt bang. Ondanks de pompoendrek en popcornangst blijft het evenement echter een universele fascinatie met doodsangst onderlijnen. En daar pikte ook John Carpenter in 1978 op in. Zijn lowbudget-film Halloween staat geboekstaafd als de eerste slasherfilm, een genre waarin gevarieerd wordt op de gemaskerde-killer-jaagt-op-jonge-gillers-formule. Centraal stond Laurie Strode, een maagdelijke babysitter, geplaagd door de psychopathische moordenaar Michael Meyers. De film werd een onverwachte hit en bracht een eindeloze reeks sequels op. In bange tijden recycleert Amerika immers niet enkel de pompoenen van vorig jaar, maar ook de klassiekers van vroeger.

Met deze Halloween keert cultregisseur Rob Zombie terug naar de originele film. Het resultaat is een nieuwe versie, eerder dan een remake. Niet Laurie Strode, maar Michael Meyers staat centraal.
In het eerste deel krijgen we een beeld van de jeugd van de gemaskerde psychopaat, een gore, luide, agressieve omgeving. Hoewel het geven van een psychologische achtergrond van een van de meest mysterieuze killers uit de filmgeschiedenis vooral erg fout is (cf. Hannibal Rising), bezit Zombie toch de talenten om zijn publiek mee te slepen. Met zijn vorige, The Devil’s Rejects, bewees hij al brutaliteit te kunnen combineren met sympathie. In het eerste deel van Halloween doet hij dit met meer ernst over.
Het tweede deel is misschien wel even fout, maar compleet anders van toon. Dit slasher-gedeelte is exploitatie ten top, met de zorgvuldige afhandeling van de genreconventies (voor een handleiding, zie Scream). Zo gaat de brother met het hiphoptaalgebruik er eerst aan, en volgen de seksueel actieve, alcoholconsumerende tieners. En de maagd? Die blijft leven.

Fans van de oorspronkelijke film zullen vast gruwen van de verkrachting van het origineel. Geen afstandelijke shots of mysterieuze dreiging, maar wel agressieve camerabewegingen en exploitatie van psychologie, seks en geweld. Geen coole Jamie Lee Curtis, maar wel irritante tienermeisjes, wiens dood nooit te vroeg komt. Maar de selecte groep die de moeite wil doen Halloween anno 1978 te vergeten, beleeft anno 2007 misschien een avond van bloeddorst, angst en gelach.

-> zie www.kutsite.com