24
08
2007
Soms mogen we trots zijn. Soms mag dat. Toto le héros is een Franstalig Belgische film uit 1991 en doet ons glimlachen dezelfde nationaliteit te hebben als regisseur Jaco van Dormael. Patriottisme zonder sportfiguren: het kan.
Thomas is het hoofdpersonage van Toto le héros. Als kind groeit hij samen met zus Alice op in een warm nest, met een zingende papa en een lachende mama. Tot papa sterft en mama er alleen voor staat. Thomas ziet hoe alles in zijn leven van hem wordt afgenomen. Hij is ervan overtuigd dat hij als baby tijdens een ziekenhuisbrand verwisseld werd met Alfred, het etterkindje/buurmannetje. Alfred is de rode draad door Thomas’ leven: hij is de existentiële dief van alles goed.
De film is ingedeeld in drie tijden: Thomas als kind, als volwassene en als bejaarde. Op het einde van zijn leven is Thomas van plan Alfred te vermoorden. Want hij is niet enkel Thomas, hij is ook Toto le héros, een film noir-held die de slechten neerknalt en het meisje terugwint, een postmoderne Humphrey Bogart. Het verhaal vloeit van de ene tijd naar de andere en van de ene wending in de andere. De montage van Susana Rosberg is uitmuntend. Door de subtiele manier waarop verschillende motieven zich aan elkaar vasthaken, wordt een fantastische intrige opgebouwd. Het verhaal zit vol terugkerende elementen (snoepjes ingepakt in krakelende rode folie!), die Thomas’ haat naar Alfred oproepen, maar zijn nauwe band met hem niet kunnen verbergen.
Toto le héros is een erg rijke film qua visuele vondsten en muzikale dramatiek. Visueel herinnert hij aan het speelbord van Jean-Pierre Jeunet (Amélie Poulain, Delicatessen), maar verschilt ervan door de solide basis van het verhaal. Verf is enkel nodig als er muren zijn; plasjes kleur op de grond, daar houdt niemand van. De instrumentale muziek is zwaar orkestraal, maar nooit bombastisch (à la Godard in Le Mépris) en het liedje ‘Boum’ van Charles Trenet is nostalgie hangend aan een luchtballon.
U mag glimlachen om in een land te leven dat in 1991 dit meesterwerkje opleverde.
Comments : No Comments »
Categories : soulsearching
13
08
2007
Wat gebeurt er wanneer een uit elkaar gegroeid koppel met autopech in het midden van de nacht een motel binnenstapt? In een romantische komedie blijkt de eigenaar de ex-verloofde van de vrouw, maar kiest ze, na wat wederzijds geflirt en jaloers gestuntel van de echtgenoot, uiteindelijk voor haar huwelijk. In een drama raakt het koppel voor even geïsoleerd van de buitenwereld, waardoor hun opzijgeschoven problemen tot uitbarsting komen. In een pornofilm zijn alle kamers van het motel volzet, maar is het koppel bereid een kamer te delen met een ander koppel.
Maar Vacancy heeft zijn naam niet gestolen en dus komen David en Amy toe in een compleet verlaten motel. Tegen hun zin, en met enige hygiënische arrogantie, betrekken ze de ranzige bruidssuite. Maar Vacancy zou de horrorfilm niet zijn die hij is, mocht er geen luid geklop zijn in de kamer ernaast, geen louche motelmanager met snor, geen dichtgenagelde vensters in de badkamer. Het spannendste stuk van de film is dan ook de subtiele opbouw van ‘hmm, that’s strange’ naar ‘what’s going on’ tot ‘oh my god, this is really happening’. De vragen die de personages zich stellen zijn met andere woorden veel akeliger dan de vlucht voor het antwoord dat ze krijgen. Überfilm Rosemary’s Baby bewees al dat het centraal stellen van de onzekerheid van het hoofdpersonage meer angst kan aanjagen dan de horror van het monster dat er zeker is. Zie ook het Franse zenuwfeest Ils uit 2006.
Ondanks het mindere tweede deel, biedt Vacancy een welgekomen alternatief voor de huidige boom in horrorporno (de Saw- en Hostel-toestanden): de hoofdpersonages worden fijn dramatisch uitgebouwd, de camera blijft langer dan een seconde stil en in de shots wordt soms erg mooi (en soms erg griezelig) gespeeld met weerspiegelingen. Daarenboven durft deze horrorfilm, net zoals het onderschatte My Little Eye uit 2002, onrechtstreeks vragen te stellen over de perversie van onze eigen afstandelijke blik in de cinema, schijnbaar gerechtvaardigd door zijn universaliteit. Kijk maar.
-> zie ook http://www.kutsite.com/
Comments : 1 Comment »
Categories : horror
3
08
2007

Hang de Amerikaanse vlag maar uit: de nieuwe film van Michael Bay is gearriveerd! Na megalomane projecten als Armageddon en Pearl Harbor buigt de Amerikaanste der Amerikanen zich over wat ooit slechts speelgoedjes waren: de Transformers. In 1984 ontketenden deze action figures, een stoer woord om niet over ‘speelgoed’ te moeten spreken, een ware rage: deze robotjes konden vervormd worden tot auto’s en omgekeerd. En weer omgekeerd. Etc.
De laatste vrucht aan de merchandising-boom is deze speelfilm. Bay werkte samen met Steven Spielberg om een volgende stap in special effects te zetten: de robotten moesten zo scherp en gedetailleerd mogelijk bewegen en transformen. Aan prikkels geen tekort: De reuzenmachines bewegen soepel in al hun radertjes en veranderen in een tel in auto’s, gsm’s en andere technische waren met een potentieel tot product placement. Soms lijkt er dan ook een commercial break ingelast in de film. Aan de flitsend gemonteerde shots van de coole wagens die langs het wegdek scheuren (met het automerk mooi in beeld) lijkt enkel de eindslogan van een reclamefilmpje te ontbreken. Ook in zijn geheel is de film eigenlijk een langgerekt promofilmpje voor de speelgoedjes die vast al in de winkelrekken liggen.
Bovenal prijst de film uiteraard dat schone land Amerika, waar vrijheid van keuze voor iedereen wordt nagestreefd (”Freedom is the right of all sentient beings”) en waar alle bedreigingen van dit principe zonder vragen genekt mogen worden. Let vooral op de all-American soldier die in het Midden-Oosten heldhaftig een plaatselijk kindje bij de hand houdt, die zijn leven waagt om het Amerikaanse volk te beschermen, die in slow motion en onder zwaar georchestreerde strijdmuziek zijn kanon leegschiet op de slechte robot: “No sacrifice, no victory”. Bay is zijn overheidsgesponsorde streken nog niet verleerd. Maar ironisch genoeg bevat Transformers tegelijk even scherpe kritiek op het huidige Amerikaanse bewind (in een korte, hilarische scène wordt afgerekend met de Amerikaanse president) en wijkt het vaak af van het platgereden Hollywoodpad. Zo is de love story wat hij hoort te zijn (bijzaak) en is het gezin meer gek dan hoeksteen. In het midden van de tweeënhalf uur durende film zit zelfs een slapstick-kwartiertje, waarin hoofdrolspeler Shia LaBeouf (uitgesproken als Shy-uh La-Buff) Woody Allen alle eer aandoet. Spielbergs kritische instelling heeft duidelijk een positieve invloed gehad op Bay’s film.
Een film is gelukkig meer dan zijn politieke subtekst. Transformers is ook gewoon een leuke, prikkelende film, los van de schaamteloos patriottistische sequensen. Ook dankzij LaBeoufs neurotische, John Turturro’s geschifte en Julie Whites satirische vertolking valt te genieten van het soms bij het haar gegrepen verhaal. Haal nu de Amerikaanse vlag maar binnen. Het regent. -> zie www.kutsite.com
Comments : No Comments »
Categories : action
3
08
2007

Interview is een remake van de gelijknamige Nederlandse film van wijlen Theo van Gogh. Het is Steve Buscemi die de taak aandurft een ode te brengen aan de vermoorde rebelfilmer door diens film uit 2003 nauwgezet te hermaken. Buscemi vertolkt zelf de rol van politiek interviewer Pierre Peters die de, voor hem ongewone, opdracht krijgt B(londe)-actrice Katya te interviewen. Wat begint als een moeizaam gesprek, evolueert langzaamaan naar een losbandig spel over zelfonthulling.
De film draait volledig rond de verhouding tussen de twee onbekenden, zowel in tijd als in ruimte. De film verloopt in real time: de 83 minuten filmtijd komt ongeveer overeen met 83 minuten verhaal. En van die minuten wordt geen enkele gespendeerd aan nevenpersonages of subplots. Ook in ruimte wordt de kijker opgesloten met Pierre en Katya: de camera zet geen enkel venster open in Katya’s loft, waar het grootste deel van het verbale oorlogsgebied gestationeerd is.
De globale lijn van het verhaal doet denken aan Huis clos, een toneelstuk van Sartre, waarin twee vrouwen en een man, die ogenschijnlijk niets met elkaar gemeen hebben, na hun eigen dood samen in de hel toekomen en in een gesloten ruimte langzamerhand hun geheimen prijsgeven. Sartres beroemd geworden leuze uit Huis clos is dan ook de boodschap van Interview: L’enfer, c’est les autres.
Interview is een gewaagd project naar Hollywoodnormen, maar blijft toch net iets te licht en afgelikt om te overtuigen. Hoewel tijd en ruimte zijn afgebonden, mist de prent de claustrofobische sfeer die een film als Death and the Maiden uit 1994 wel wist weer te geven. De kleuren en belichting blijven te design, waardoor de ruwe horror die mensen elkaar kunnen aandoen niet echt voelbaar wordt voor de kijker. Maar het belangrijkste element om een film met maar twee personages en één conversatie te doen slagen zijn uiteraard de acteurs. Buscemi is lekker op dreef als de halfslachtig gemene Pierre, maar het is de vertolking van de mooie Sienna Miller die de film wat naar beneden trekt. Hoewel de rol voor Miller vast iets zelfrelativerend had, is haar acteerwerk net iets te wisselvallig om te blijven intrigeren: de manier waarop ze van haat naar liefde en weer terug springt, is soms zo luid en nadrukkelijk dat het irritant wordt. Ze maakt de ondankbare fout gelaagdheid met rommel te verwarren. Mocht u trouwens fan zijn van deze film, bekijk dan zeker het gelijkaardige Tape van Richard Linklater.
-> zie www.kutsite.com
Comments : No Comments »
Categories : soulsearching