Haute Tension

30 07 2007

high-tension-blade.jpg 

Binnendringen is een werkwoord vaak gebruikt in het horrorwerk. Op het bovenste niveau is er het onbekende element, de vervormde of de gemaskerde, dat een veilig geachte plek binnensluipt. Maar. Niet enkel geografisch wordt binnengevallen, ook op het intieme niveau van het lichaam wordt ingebroken: kogels, messen, koevoeten, bijlen, kettingzagen, ijspriemen, spietsen worden talrijk gebruikt om binnenin het lichaam te dringen. De huid die onze organen samenhoudt, wordt doordringbaar. Ons lichaam valt uiteen.

Tegelijk wordt horror traditioneel gelinkt aan seksualiteit: ‘Sex equals death’, zei een postmodern personage in Scream nog. En inderdaad, mensen die handelen volgens hun lusten, gaan er vaak aan: tijdens Halloween stierven enkel seksueel actieve jongeren, terwijl pubernon Jamie Lee Curtis acht films overleefde. Het innemen van substanties blijkt trouwens evenmin een goed idee. U bent gewaarschuwd: houd uw grijpgrage handen van de plezante sigaret wanneer u in een horrorfilm terechtkomt. 

Los van politieke (‘don’t do drugs’) of katholieke (‘don’t have premarital sex’) bedoelingen, lijkt het binnendringen van het lichaam het gemeenschappelijke verhaaltje van beide polen, of het nu via penissen of drugs, of met moordwapens gebeurt. Meteen is het minder toevallig dat de helden in horrorfilms traditioneel vrouwen zijn, het geslacht dat – klassiek genomen – lichamelijk ‘penetrabel’ is, en de indringers bijna altijd mannen.  

htvoiture.jpg

Zo start ook Haute Tension (vertaald naar High Tension of Switchblade Romance), een Franse film uit 2003 van Alexandre Aja: een huis wordt binnengedrongen door een man die een gezin begint uit te moorden. Marie, een vriendin van de dochter en gast in het huis, is hier getuige van en tracht de mesdrager te ontlopen. Haute Tension is conventioneel enerzijds, maar houdt anderzijds een stiekem spel gaande met de tradities van de horrorfilm, bijvoorbeeld qua seksualiteit. Zo lijkt Marie een oogje te hebben op haar heteroseksuele vriendin. De obligate seksscène vooraleer de horror start, is dan ook een eenzame penetratie, maar de gevolgen zijn tweeslachtiger. 

Haute Tension, ‘hoogspanning’, lijkt niet enkel te verwijzen naar een elektrische toestand, maar ook naar de spieren van de kijker: de film zorgt voor een aangehouden spanning. De kijker leeft bijna fysiek mee met Marie, die maar niet lijkt los te raken van de stereotiepe moordenaar. Het bijzonder efficiënte camerawerk maakt dat we optimaal meegluren met de heldin en dat de ongemaskerde moordenaar toch verborgen blijft. Dankzij een fabuleuze Cécile De France en een fantastische regie is Haute Tension een van de beste horrorfilms van de voorbije jaren. Aja kent zijn klassiekers en gebruikt de clichés niet als cynische knipoogjes, maar laat ze verwijzen naar zichzelf. Alsof hij zijn publiek wil laten weten waarom de clichés zo verdomd goed werken. Zijn gebruik van muziek is bijwijlen geniaal: de elektrische hoogspanningsgeluidjes zijn zO griezelig en de liedjes zijn snijdend grappig of verrassend effectief. Ook sommige beelden zijn qua kleur en compositie verschrikkelijk mooi. 

Als u deze film wil bekijken, weet dan dat u zal moeten binnendringen in een betere videotheek, bij voorkeur in Franssprekend België.

Zie ook Trailertrash



Red Road

11 07 2007

 

red-road.jpg

 

Jackie werkt voor City Eye in Glasgow, het visuele epicentrum van de Schotse stad: alle beelden van alle beveiligingscamera’s komen er samen. Jackie lijkt haar dagen te vullen met het op afstand kijken naar stadstaferelen. Zittend voor een muur van schermen, kiest ze er het grappigste (zingende poetsvrouw) of het ontroerendste (man met hond) beeld uit, die ze dan met een drukknopdruk op de monitor naast haar, van dicht, bekijkt.

Tot er op een dag, in een achterbuurt, een man verschijnt. Jackie lijkt de man te kennen. Jackie gaat op onderzoek. Zijn naam kent ze: Clyde Anderson. In een krantenartikel, ergens weggestopt in een rode map, bekijkt ze zijn foto opnieuw. Ze vist uit waar hij woont. Ze gaat naar zijn appartementsblok down at Red Road en achtervolgt hem terwijl ze zich bewapent met een gebroken stuk glas. Jackie gaat onuitgenodigd naar een feestje bij hem thuis, waar ze zich halfslachtig laat verleiden door hem. Jackie loopt weg en kotst.

Wie is Clyde Anderson. En vooral. Wie is Jackie.



De laatste zomer

4 07 2007

 

laatste-zomer-1bmp.jpg

 

Puisten, lauwe pintjes, meisjes (altijd te ver), zatte vrienden die niet opgeven, smoren in het gras, landelijke fuiven en algemene foutheid. En nu de film.

De laatste zomer, gebaseerd op zijn eigen kortfilm, is Joost Wijnants langspeeldebuut. Gemaakt met een cast en crew van twintigers, is het een geëngageerd project geworden over de broeierige leeftijd van 17 in het jaar 1996 – het jaar van Dutroux, van heavy metal, van toen er nog geen vodka-redbull was.

De vergelijking met die andere Belgische film Dagen zonder lief dringt zich op zonder het te willen. Dezelfde rode draad loopt immers door beiden: verouderen betekent veranderen. Dagen zonder lief behandelde de overgangspijnen van laat-twintigers, De laatste zomer de puberale scheuten die er tien jaar aan vooraf gingen. Helaas mist De laatste zomer de ziel om het ware melancholische gevoel van de jaren waarin alles slecht, zwart, nieuw of fout was, weer te geven. Er wordt een atmosfeer gecreëerd die het midden houdt tussen The Virgin Suicides en American Pie: de donzige deuntjes, de zon tussen de bladeren, de mysterieuze Vrouw, maar ook de wanhopige drive naar seks, de weddenschappen om tongdraaien, het schoppen tegen de schenen van de autoriteit. Qua sfeer slaagt de film in deze mix, maar inhoudelijk mist hij de specifieke herkenbaarheid die hij pretendeert over te brengen. Wijnant lijkt zijn eigen laatste zomer via een filmische referentielijst te herknutselen, in plaats van een persoonlijk discours te bouwen. Misschien is het daardoor dat sommige conversaties wat fake klinken en er slechts één mooi, vol personage is (Tim, vertolkt door Gentse grapjas Robrecht Vanden Thoren).

Toch is De laatste zomer geen onaangename film: er kan goed gelachen worden en hij verveelt bijna nooit. Wel mocht Joost Wijnant zich wat meer laten gaan in geïnspireerd schrijven en filmen, in plaats van ongemerkt te copy/pasten. Zo is het alvast leuk dat hij het aandurfde opvallend gebruik te maken van close-ups. Maar net als de pubers in de film, en waarschijnlijk iedereen op deze blauwe planeet, is de grootste uitdaging het vinden van een eigen stem.