Entourage

30 05 2007

hbo-entourage.jpg

Je bent een ster. Nee, echt, je bent een ster. Alles wat je doet is fantastisch. Iedereen houdt van je. Iedereen houdt echt van je. Wil je nog iets? Een koekje met geraspte nootjes? Een luxejacht? 

Het leven in de gouden kooi van de idolatrie moet niet meevallen: je mag dan wel koekjes gevoederd worden, op den duur krijg je niets anders dan zoete kots over je heen. Vincent Chase is de nieuwe boy happening in Hollywood: na een rol in de cultfilm Head On wordt hij door de schreeuwende massa naar de gouden bergen van Amerika’s westkust gebracht. En of de lage concentratie zuurstof je op de top gek maakt, zien we in de serie Entourage, een product van kwaliteitszender HBO, dat sinds 2004 de afscheidingspijnen van praalwagens Six Feet Under, Sex and the City en The Sopranos moet helpen verzachten. 

Maar als u Vincent Chase niet kent, dan wel misschien Mark Wahlberg. Het was hij die het idee had om achter de schermen te stappen van een wereld die onze schermen vult dag in dag uit. Het resultaat is een vrij waarheidsgetrouwe registratie van Wahlbergs ervaringen…naar het schijnt (de zon schijnt). Entourage draait rond de nieuwe levensstijl van nieuwe ster Vincent en zijn omringende makkers (de rapper in ons zegt: ‘zijn homies’). Of hoe de doodgewone vraag wat je ’s middags zou eten kan verglijden naar de vraag of je nu wel degelijk klaar bent voor een rol in een blockbuster. Het is slechts mindere goden gegund. 

Het probleem met Entourage is dat de inhoud zijn vorm beïnvloedt en uiteindelijk opslokt: het wil een oppervlakkig wereldje tonen, maar wordt zelf blind voor diepere gronden en onderhuidse wonden. Het grootste probleem zijn de personages: makkers E en Turtle en broer Drama – de namen alleen al schreeuwen opnieuw een vies rapperstaaltje uit – zijn immers gemaakt uit de slappe decorstukken waar de serie net op wil hameren. Spijtig is de simplistische manier waarop Turtle steeds wil consumeren, vrouwen versieren en joints roken en Drama wanhopig erkend wil worden als acteur. Zelfs hoofdpersonage Vincent blijft een onbestemd personage zonder vlees: wat hij voelt onder de lawine van deals, hazelnootkoekjes en puntige one-liners blijft een ongestelde vraag. Gelukkig is er nog de hilarisch brute manager Ari, who puts the vicious in delicious 

Onevenwichtig, zo voelt Entourage aan. Het is confronterend, maar nooit doordringend; het is visueel entertainend (mooie mensen en felle kleurtjes waaw!), maar nooit esthetisch; het is slim, maar verstrooid geschreven.  Gelukkig blijft u een ster. U bent een STER.



Blades of Glory

18 05 2007

 

bladesofglory.gif

 

Will Ferrell is terug (rechts op foto)! Sommigen steken het hoofd onder het deken (niet doen de zon schijnt), anderen halen hun best getrainde lachspieren boven.Will Ferrell werd geïntroduceerd in Hollywood, zoals wel veel komische acteurs (Bill Murray, Ben Stiller, Adam Sandler…), via de Amerikaanse reeks Saturday Night Live. In deze nog steeds lopende, razend populaire show worden wekelijks sketches opgevoerd rond een centrale komiek. Will Ferrell onderscheidt zich echter van de meeste komieken door zijn bijzondere acteertalent. Hij werd niet per toeval gevraagd door Woody Allen in diens Melinda & Melinda, en treedt weldra aan in het naar het schijnt fantastische Stranger than Fiction (dat om onverklaarbare redenen onmiddellijk op dvd zal uitkomen). 

Maar ook in komedies pur sang, zoals deze Blades of Glory, is het een en het ander te zeggen over Ferrells acteerprestaties. In tegenstelling tot andere leden van de Frat Pack (het groepje komische acteurs waar Ferrell vaak mee samenwerkt: Ben Stiller, broertjes Owen en Luke Wilson, Vince Vaughn…), speelt Ferrell ook zijn komische rollen met hevige sérieux. De overdramatisering die hij in zijn personages legt heeft tot gevolg dat de humor meer uit zijn personages zélf komt dan uit situaties waarin ze terechtkomen. Vergelijk het met Ben Stiller in Meet the Parents: we lachen omwille van de pijnlijke positie van Stillers personage (Gaylord Focker jawel) tegenover zijn schoonfamilie en minder omwille van het personage zélf. Er is inderdaad een verschil: het is niet omdat we lachen bij Gaylords onopzettelijke brandstiching dat we daarom het personage op zich grappig vinden.Will Ferrell, zoals in eerdere komische hoogtepunten Elf, Anchorman of het recente Talladega Nights, doet het anders: de humor lijkt rechtstreeks uit Ferrell’s gezicht te komen, uit zijn intonaties en zijn onwetenheid (Ferrell in Elf over zijn werkplaats: ‘It’s just like Santa’s workshop! Except it smells like mushrooms… and everyone looks like they wanna hurt me…’), uit zijn absurd dramatische reacties en uit zijn botheid (in Blades of Glory: ‘Nancy Kerrigan. You an official here? Cause you’ve officially given me a boner!’). Het lijkt wel alsof Ferrell situatiehumor, die de standaard is geworden in de populaire komedie, vervangt door personagehumor, waarbij hij een bizarre psychologie op hilarische manier tentoonspreidt. 

In Blades of Glory zien we echter een god in een mindere dag, of eerder: een god in een mindere hemel. Ferrell staat immers op scherp (‘I see you still look like a fifteen year old girl, but not hot’), maar het verhaaltje gaat te strak vooruit om Ferrell tot het uiterste te zien gaan. Aan het idee ligt het alvast niet: twee ex-legendarische kunstschaatslegendes (!), de puppy Jimmy (John Heder onder een blond eighties german disco kapsel) en de cowboy Chazz (Ferrell), vormen een duoteam, in de hoop hun eerdere succes opnieuw te kunnen bereiken via het sportonderdeel koppelschaatsen. Dat is echter buiten de messcherpe concurrentiestrijd van broer en zus Van Waldenberg (Amy Poehler is heerlijk als heks) gerekend. Wanneer Jimmy dan nog eens verliefd wordt op het lieflijke zusje van het Van Waldenberg-team en een Romeo and Juliet-motief in de film komt geslopen, raakt het verhaal overladen en wordt Ferrell op het achterplan gedrongen. Alsof je een bord kaviaar zou overgieten met vinaigrette.

Maar klagen mogen we niet: deze komedie is stukken beter dan de gemiddelde Hollywood smile-jerker, al blijft kaviaar het beste zonder vinaigrette.

 

(voor de liefhebbers: http://www.willferrell.org/)



Zusje

9 05 2007

r0000786_fp001305.jpg 

Het wordt vaak gezegd dat voyeurisme, onze heimelijke drift tot kijken zonder gezien te worden, ons naar de filmzalen blijft brengen. Het blijft een intrigerende vraag waarom we ons maar al te graag laten vervoeren door de visuele weergave van andermans avonturen. Het is de camera die ervoor zorgt dat we anderhalf uur lang kunnen kijken naar fictievelingen die de opnameapparatuur niet zien en het publiek niet erkennen – waarvoor dank. Maar soms krijgt de camera een andere functie dan die van onzichtbaar werktuig voor een visueel hongerige volk.
In 1999 zorgde The Blair Witch Project voor een hele heisa, mede door de camera een andere functie te geven. Immers, de film was zogezegd het resultaat van de teruggevonden videobandjes van drie vermiste jongeren die op zoek waren gegaan naar de waarheid achter de legende van een lokale bosheks. Er werd gesuggereerd dat een van de drie vrienden hun gehele tocht met een amateuristische camera filmde. Hierdoor keek de kijker niet langer toe vanachter een zijlijn, maar werd, door deze specifieke plaats van de camera, deel van de tocht. Het is dan ook geen toeval dat mensen die zich lieten meeslepen door deze – uiteraard fictief gebleken – film niet enkel een huiveringwekkende ervaring hadden, maar zich ook gemakkelijker lieten wijsmaken dat het ook echt gebeurd was.

De camera als geïntegreerd element in het verhaal van een film zien we ook in Zusje, een Nederlandse film uit 1995 van Robert Jan Westdijk. In deze film ligt de horror echter op een ander niveau.
Daantje is een meisje van 20, dat plots bezoek krijgt van haar broer Martijn (ja hoor, we zijn in Nederland). Haar broer is echter niet alleen: hij heeft zijn camera mee en is vastbesloten het leven van zijn zusje te filmen. Alles wat wij als kijker zien, is dan ook het resultaat van deze poging. Voor anderhalf uur creëert fictie de realiteit.
Na verloop van dit anderhalf uur wordt steeds méér duidelijk over hun verleden en hoe dit na jarenlange scheiding nog steeds doorwerkt en ook terugkeert. Vooral Daantjes evolutie in dit regressieproces is akelig.

Het is eigenaardig te merken dat we als kijker het personage van Martijn vrij onopvallend aanvaarden, hoewel we hem slechts in totaal een halve minuut zien. Via zijn stem en zijn cameraregistraties, via de reacties van andere mensen, maken we blijkbaar toch een coherent beeld van een onzichtbaar personage. Het valt na een tijdje zelfs niet meer op dat we Martijn helemaal niet zien. Anderzijds is er Daantje, die we énkel van de buitenkant zien, maar wiens waarnemingen we als kijker nooit delen.
Voor de kijker zijn deze hoofdpersonages dus elkaars complement: de broer kijkt naar zijn zusje, maar wordt zelf amper bekeken. Ook inhoudelijk krijgen we eenzelfde boodschap: Daantje en Martijn hebben een symbiotische relatie die tijd en ruimte overstijgt.

Zusje is hierdoor niet enkel de ontroerende, schokkende film die hij is, maar ook een vormexperiment die je als kijker kan doen stilstaan bij passieve positionering en imaginaire constructies die misschien wel eigen zijn aan álle films.

(Bent u geïnteresseerd in films die onze positie als kijker in hun ware horror ontleden, kijk dan vooral eens naar Funny Games van Michael Haneke. Indien niet, kijk dan tóch.)



Fracture

4 05 2007

fracture.jpg

Denkt u even mee: mocht Hannibal Lecter getrouwd zijn, wat zou gebeuren mocht hij ontdekken dat zijn vrouw hem bedroog? Zou onze favoriete filmpsychopaat de afgehakte vingers van haar minnaar op de barbecue leggen en glimlachend naar de dipsaus vragen? Of zou hij een diabolisch plan opzetten waarin hij zijn vrouw vermoordt en zelf vrijuit gaat? Hoewel we het antwoord vast tijdens de komende jaren in een wanhopige Hannibal-sequel voorgeschoteld zullen krijgen, proeven we in Fracture al een licht voorsmaakje van hoe de tweede optie er zou uitzien.

Anthony Hopkins is terug, maar laat de chianti even voor wat hij is. Hij speelt Ted Crawford, een welgestelde man die, na de moord op zijn overspelige vrouw, de kleine kantjes van openbare aanklager Willy Beachum bespeelt om zelf vrijuit te gaan. ‘Look closely enough, and you’ll find everything has a weak spot where, sooner or later, it will break’ horen we hem fluisteren. Maar het overgrote deel van de film gaat over de bochten waarin Willy zich wringt om Teds schuld toch maar in de rechtbank te kunnen bewijzen.
Misschien kent u het concept: inspecteur onderzoekt beschuldigde, inspecteur raakt steeds meer persoonlijk betrokken, beschuldigde maakt hier handig gebruik van en inspecteur verliest alle geloofwaardigheid bij collega’s – met de onvermijdelijke oneliner ‘you’re no longer working here…’. Ook een finale deus ex machina lijkt in dit soort films onvermijdelijk: de aan lager wal geraakte inspecteur (u herkent hem ondertussen aan de warrige haren en de stoppelbaard, de slobberige kleren en de whisky) herpakt zich en ontmaskert via een plotse ingeving de hele intrige.

En hier wringt het schoentje: Fracture biedt weinig tot geen origineel materiaal. Het kat-en-muis-spel zagen we al in Basic Instinct (behalve de bondage dan), de ‘hoogmoed komt voor de val’-structuur in The Devil’s Advocate, en de rest in films als Primal Fear en The Gingerbread Man. Daarenboven is de chemie tussen beide hoofdacteurs weinig ontvlambaar: Anthony Hopkins doet een light versie van zijn Hannibal en Ryan Gosling lijkt vooral via nekbewegingen te acteren.
Komt daar nog eens bij dat je als kijker zintuiglijk overdreven geprikkeld wordt: de camera staat op ADHD-modus, de montage gaat onnodig snel, de kleuren zijn overdadig gefilterd en de sfeermuziek verdient meer dan soms een druk op de mute-knop.

De Hollywood-ziekte lijkt zich met een film als Fracture te continueren: verveel je kijker niet, maar laat hem vooral niet te veel zelf nadenken.

-> zie www.kutsite.com