Dagen zonder Lief

4 04 2007

Dagen zonder lief

Oude vrienden en vergeten liefdes, sluimerende zelfvervreemding en gewoontevorming: laat-twintigers hebben het in deze tijden niet gemakkelijk. Vraag het maar aan Felix Van Groeningen: hij maakte er namelijk een film over. Dagen zonder lief begint met de terugkomst van Zwarte Kelly uit New York (gespeeld door de heerlijke Wine Dierickx). Met haar, keert ook het verleden terug in het leven van haar vroegere vrienden. Het is nog maar bij haar eerste stappen uit het desolate station van moedergemeente Sint-Niklaas (gespeeld door Sint-Niklaas zelf, jawel) dat ze Frederic (Jeroen Perceval) tegenkomt. Die komt net terug van het uitzwaaien van zijn eigen vriendinnetje die, zoals het sommige blonde meisjes betaamt, vertrekt naar een volleybaltoernooi. Zijn dagen zonder lief vult hij in door Zwarte Kelly in contact te brengen met haar ex-lief Kurt (Pieter Genard) en zijn vrouw Blonde Kelly (An Miller uit In de gloria), door ’s middags gin-tonic te drinken in het café van kameraad Niek (Koen De Graeve) en te denken aan het gewoel voor Kelly’s bruuske vertrek naar New York. Stilletjes aan merken ze allen dat het verleden misschien toch niet begraven kan worden onder nieuwe huizen, andere geliefden of buitenlandse vluchten. Of zoals iemand zegt: ‘Ik lieg m’n hele leven bijeen’.

Felix Van Groeningen is erin geslaagd om na het ietwat groezelige Steve + Sky een film te maken die evenzeer een ziel heeft, maar boven zijn voorganger uitsteekt door zijn bijzondere schoonheid. Zoek niet de glans van glimmende snoepwinkeltjes en zoete woorden, maar de ontroering van platte dance-muziek op goede momenten (de twee Kelly’s die Lasgo’s ‘Something’ meezingen is het ultieme hoogtepunt van de film) en van het even pijnlijke als troostende besef dat we allemaal lijden aan de tijd. Deze film zal zijn weg vermoedelijk naar uw hart vinden net omdat ze een taal spreekt die u begrijpt – u zal alvast lachen met enkele dialogen omdat u ze zélf meent gevoerd te hebben. Dus wanneer u zin hebt om te lachen, wanneer u zin hebt om te huilen, ga dan misschien eens kijken naar Dagen zonder lief.



Little Miss Sunshine

2 04 2007

102079_lms.jpg

Herinnert u zich nog uw tranen toen Jack in Titanic naar de bodem zakte en Rose in het koude water achterbleef (‘I’ll never let go, Jack’)? Enkelen bleven ongevoelig voor ‘diene film over diene boot’, anderen werden meegesleept door boot én film. Maar waarom worden we eigenlijk emotioneel op zo’n moment?
Vermoedelijk omdat het ons kan schelen wat gebeurt met de personages, omdat we niet meer onverschillig kunnen staan tegenover de mensen die we even daarvoor leerden kennen, omdat we iets van onszelf in hen zien. Dat ze helemaal niet echt bestaan, lijkt ons niet echt te kunnen tegenhouden.

In een film als Little Miss Sunshine zal u zich zéker herkennen in een van de personages. Ziehier de mogelijkheden: de levensmoeë oom met liefdesverdriet, het naïeve en vrolijke dochtertje, de stilzwijgende en pseudo-haatdragende puberzoon, de gekke en overeerlijke grootvader, de iets té breed lachende vader en de moeder die deze in toom tracht te houden. Het zestal gaat richting California, in de hoop dochtertje Olive (een schattige Abigail Breslin) op tijd in de missverkiezing voor kinderen (‘Little Miss Sunshine’) te loodsen. En uiteraard gaat de lange rit van de gezinsleden in het gammel geel busje gepaard met een confrontatie van elkaars kleine kantjes.

Deze film pakte in de oscaruitreiking vorige week niet enkel de Oscar voor beste mannelijke bijrol (Alan Arkin als opa), maar ook die voor beste scenario. Little Miss Sunshine profileerde zich als een film met een scherp randje, als “alternatief”: een drugverslaafde opa, een suïcidale homoseksuele oom en een missverkiezing voor kinderen zijn cutting edge, vindt u ook niet? Maar helaas. Daar stopt het. Het verloop van deze personages is zó cliché dat alle gewaagde keuzes van de filmmakers plotseling hypocriet overkomen. Ze beloven een portie anarchie, maar je krijgt een onverwachts zoete moraal op je bord. En misschien moet ook u dan een beetje overgeven: ‘de personages mogen dan wel disfunctioneel zijn, in the end zijn hun bedoelingen goed, mooi en zuiver’. De Amerikaanse gedachte van het gezin als hoeksteen van de maatschappij is (opnieuw) geboren.

Maar misschien is het zo bij elke film: we worden gedwongen onszelf te zien in de helden met de goede intenties, die zich afzetten van de slechteriken met de slechte intenties. In Titanic waren er Cal en de moeder van Rose die het dartelende koppel uit elkaar trachtten te houden. ‘Laat die twee toch verliefd zijn’ supporterden wij als kijker in koor. Het was niet makkelijk fan te zijn van Cal, of hoorde u iemand fluisteren ‘komaan Rose, kies toch voor de man die je onderdrukt’?!

334231237_4e49d8f047.jpg

Ook in Little Miss Sunshine vindt u een tegenwerkende kracht: een zure vrouw (u herkent Beth Grant in een gelijkaardige rol als in Donnie Darko) die het dochtertje tracht tegen te houden deel te nemen aan de schoonheidswedstrijd. En het gevolg? Het gezin krijgt een gemeenschappelijke vijand, groeit dichter naar elkaar toe en kan zijn “goedheid” profileren tegenover haar “slechtheid”. En plots is Little Miss Sunshine een schaamteloze feel-good-film geworden: alle “disfunctionaliteit” van in het begin was eigenlijk een onderdrukking van goedheid. A-ha!

Maar dat wil niet zeggen dat cynisme een beter alternatief is. Op zich is een les als ‘ook al doen ze vervelend tegen elkaar, diep vanbinnen zien ze elkaar eigenlijk graag’ een mooie gedachte. Het spijtige van deze film is zijn ambiguïteit: de evolutie van expliciet screwed-up gezinsleden naar vrolijkheid, groepsgevoel en jawel… gedans. Doet u mee?