Final Destination 3

30 03 2006

01left.jpg

‘Hebben ze nu ook al een derde ?’ is de reactie in vele wandelgangen.
Jazeker: Final Destination is terug.
De eerste FD, 6 jaar geleden uitgebracht, bleek iets meer te zijn dan een standaard teen horror movie. De film had zijn eigen stijl en sfeer, niet enkel in regie (donkere kleuren en de onderhuids stijgende opbouw van suspense), maar ook in het verhaal. Het mooie aan het verhaal was dat het geen zichtbare ‘dader’ had, enkel een serie toevalligheden die tot bizarre ongelukken leidden. Voeg daar nog es de frequente, mooi in beeld gezette en goed geacteerde reacties van de omgeving op hun steeds kleiner wordende kring en je creëert een macabere toon die de ietwat absurde filosofie achter dit alles doet vervagen.
Dit leek al verminderd in de tweede FD: de sfeer was meer opgelicht, het verdriet wat luchtiger, de ‘moorden’ wat afgelikter.

Het verhaal van episode 3 blijft hetzelfde: het hoofdpersonage heeft een visioen waarin zij en haar klasgenoten sterven in een spectaculair ongeluk. Wanneer ze wakker schiet, tracht ze het vermeend ongeluk tegen te houden met veel kabaal. Gevolg: enkele mensen stappen uit, het ongeluk gebeurt daadwerkelijk en de overlevenden sterven een voor een bizarre doden. Ondertussen probeert de heldin met een andere overlevende de logica van de ongelukken te begrijpen.

Deze derde film blijkt een verderzetting van de trend die FD2 onderscheidde van het origineel. Meer nog: deze keer kan al eens goed gelachen worden. Al is dat misschien niet altijd de bedoeling. Maar dat maakt van Final Destination 3 geen slechte film.

final-destination-3-4.jpg

De spanning is er, al is die geconcentreerd in de eerste twintig minuten. Dan gebeurt een verschuiving naar platte gore: de ongelukken worden steeds bloediger, maar steeds minder spannend. En wat doen de twee hoofdpersonages? Die kijken toe met een droevige blik in de ogen. Het grappige zit hem in de reacties van deze personages. Zware thema’s die door de lullige acteerprestaties eerder de lach opwekken dan de traan: het truttig geween van de ‘heldin’ voelt aan als een plaspauze waiting to happen (maar is eigenlijk bijzonder grappig) en het gefilosofeer lijkt weinig doel te dienen. De twee hoofdpersonages maken alle ongelukken live mee, maar lijken tegelijk niet overdreven veel moeite te doen ze tegen te houden. Je verwacht meer van mensen die zeven keer zeggen: ‘we can stop this!’.
Want tussen de doden door filosoferen de twee verder over ‘who’s next?’. Deze keer gebeurt dit aan de hand van de foto’s die de heldin van de show trekt tijdens de openingsscène. Dit gebruik van foto’s als katalysator voor het verhaal, werkt trouwens wel.

Maar dit lachen is niet altijd uitlachen. Het maakt de gruwel soms gewoon draaglijk. Dit is geen film die de kijker oplaadt met onrust, zoals betere thrillers kunnen doen. Dit is wel een entertainende rit waarin spanning, horror en humor op geslaagde wijze gecombineerd worden. En dat is al veel, nietwaar…



Darwin’s Nightmare

13 03 2006

darwin_05.jpg

De documentaire Darwin’s Nightmare valt minder te beschouwen als een film, dan wel als een stuk informatie; een stuk informatie van erg groot belang echter.

Het thema? De miserie in de wereld. Na deze film zucht je even en zeg je tegen jezelf -met nodig gevoel voor understatement- ‘het gaat toch eigenlijk allemaal niet zo goed’.

Vele jaren geleden zette een wetenschapper de nijlbaars in het Victoriameer en schreef daarmee geschiedenis. De vis at alle andere op en daarmee veranderde het eco-systeem op drastische manier. Het voordeel? De vis brengt geld op als exportproduct: ‘het is goed voor de economie’ zoals de directeur van het visverwerkingsbedrijf ons tracht te zeggen.

Deze film is het verhaal van een dorp in Tanzania waar de vis gevangen, verwerkt en geëxporteerd wordt.
Documentairemaker Hubert Sauper lijkt zich als een onzichtbaar oog genesteld te hebben in de verschillende buurten en onder de verschillende mensen in het dorp. Daarmee kan hij op scherpe manier de reeds boven vermelde miserie vatten: de prostitués die de vissers enig plezier en soms enig virus bezorgen, de kinderen die de visverpakkingen smelten om het dan als lijm op te snuiven, de bewaker van het centrum voor wetenschappelijk onderzoek wiens voorganger ‘in mootjes werd gehakt’, zoals hij zelf levendig uitbeeldt.

En daar stopt het niet: het geheel van de film laat weinig optimisme toe (zelfs het beeld van typisch bezield Afrikaans zingen blijkt voor een begrafenis te zijn). Wanneer naar het einde toe de militaire motieven nog eens komen bovendrijven, is het absurde verhaal, dat als fictieverhaal vermoedelijk nooit zou verkopen, compleet.
Het nadeel van documentaires die het absurd verderf in de wereld trachten te tonen, is dat het meestal geen ingang vindt onder het volk. Deze documentaire uit 2004 lijkt een van de weinige uitzonderingen te zijn: het vond een distributeur, is ondertussen in sommige videotheken te verkrijgen en won onlangs de Oscar voor beste documentaire. Een ander nadeel is dat een in-your-face documentaire snel vergeten wordt bij de kijker.

 2006-08-06t13_38_07-07_00.jpg

Deze documentaire is er inderdaad ene die de reactie opwekt om na het kijken iets vertrouwds te doen. Het is geen makkelijke film om te bekijken; ongeveer elk moment heb je zin om de stopknop hard in te duwen en naar Notting Hill te kijken.

Hoe komt dit nu? De manier waarop het zijn boodschap wil verkondigen (‘geen Westerse winst zonder Afrikaans verlies’) gebeurt op een vrij verlammende manier. Het wekt een soort hulpeloosheid op, daar waar een film als Fahrenheit 9/11 eerder woede uitlokt. En woede kan constructief aanvoelen: ‘hoe kàn dit nu gebeuren en wàt kunnen we eraan doen?’. Fahrenheit 9/11 mag dan wel woede uitlokken; woede naar 1 persoon toe mist enige nuance en gevoel voor complexiteit. Het zoeken naar een schuldige om daarna kwaad op te zijn, is niet de bedoeling van Darwin’s Nightmare. Het lijkt je vooral te doen aanvoelen dat het slechter gaat in de wereld dan je denkt.

Het gevoel totaal geen controle te hebben over een vreselijke situatie is een gemeenschappelijke vijand van alle mensen. We zien het ìn de film (dat de mensen de visresten verwerken tot voedsel voor zichzelf, lijkt te zeggen ‘kijk, we doen er toch iets mee’), maar als passieve kijker tracht je het vooral te vergeten.

Hopelijk heeft de film toch een gelijkaardig, maar tegengesteld effect als het plaatsen van de nijlbaars in het victoriameer: een verspreiding, een verspreiding van een boodschap, die het eco(nomisch)-systeem op lange termijn misschien verandert.